Om hoeveel auto's gaat het nu? "Honderd per dag kunnen we wel aan", antwoordt Gerard Steenbergen. "Tweehonderd ook wel."
De geperste autowrakken gaan vervolgens naar shredders in het hele land en in België, die het metaal versnipperen voor hergebruik.
De gebroeders Cees en Gerard Steenbergen hebben, afgezien van een problematische vloer, hun zaakjes goed voor elkaar.
Op bedrijventerrein Transito, staan twee grote loodsen onder één dak. Er is een aftapstation voor olie en benzine en de belangstelling van consumenten is groot. Als het lijkt of er een sirene afgaat, haalt Steenbergen een grote mobiel uit zijn tuinbroek. "Ik word continu geplaagd door de telefoon", zegt hij. "Mensen bellen voor een accu of een koplamp. Wij verkopen uitsluitend onderdelen. Geen auto's, want dan moeten we garantie geven. Of het moet iemand zijn die een klusautootje zoekt. Ik heb een hele mooie Saab staan uit 1996, met leren bekleding. De motor is alleen kapot. Ik heb zelf uit liefhebberij een prachtige Opel Blitz, uit 1956. Alleen als iemand nóg meer liefhebber is dan ik, mag hij hem kopen. Er moet heel wat aan gebeuren. Bij ons heeft hij vijftien jaar in een container gestaan en daar is hij niet beter van geworden."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.















