Een echte politiepet uit Cuba is een van Martin Hubers dierbare voorwerpen. "Ik heb hem voor een fles rum van een agent uit Santiago overgenomen." Donderdag vertrekt hij voor zijn werk naar Suriname: "Ik vind het leuk om me aan te passen." foto's Jan van den Brink
Martin Hubers adviseert over sociaal maatschappelijk ondernemen. Hij begon in de gehandicaptenzorg waar op het woord ‘werk ’ twintig jaar geleden een taboe rustte. Aanstaande donderdag verruilt hij Aerdt voor Paramaribo.
Wat ga je in Suriname doen?
„Ik ga er aan de slag als projectcoördinator.”
In de gehandicaptenzorg?
„Nee. Ik ga aan het werk voor de stichting De Drie Ankers die zich inzet voor de minder kansrijke groepen in de samenleving. Ik ben aangenomen voor twee jaar om drie projecten te coördineren die vervolgens aan een Surinaamse opvolger overgedragen worden.”
Welke projecten?
„Business4all, om vrouwen zelfstandig te kunnen laten ondernemen, Refitt die mensen met een handicap begeleidt naar werk, en Coaches@work waarbij jobcoaches worden getraind die mensen met een handicap naar werk moeten begeleiden.”
Waarom Suriname?„Wennie en ik reizen graag in Midden- en Zuid-Amerika. In Cuba hebben we eens kennis gemaakt met een arts in een psychiatrisch ziekenhuis. We zijn jaren bezig geweest om daar iets van de grond te krijgen. Dat liep vast. Het idee om in Zuid- of Midden-Amerika te doen wat ik in Nederland doe, is blijven hangen. Wat me aanspreekt in Zuid-Amerika is dat mensen er respectvol met elkaar omgaan. Ze zorgen er voor elkaar. Mijn Spaans is niet goed genoeg om in Venezuela of Argentinië aan de slag te gaan. Al googelend kwam ik op Suriname uit. Daar wordt Nederlands gesproken en dat is belangrijk, omdat ik bedrijfsplannen moet schrijven.”
Wat deed je in Nederland?
„Ik heb in de gehandicaptenzorg gewerkt. Eerst als groepsleider op dagverblijf De Lockhorst in Didam. Later in managementsfuncties. Dagbesteding voor gehandicapten bestond uit koffie drinken en wandelen. Ik werd gepakt door de methodiek van Supported Employment. Die methodiek gaat uit van de mogelijkheden die verstandelijk gehandicapten hebben. Dat kan werk zijn. Tuinieren, of kaarsen maken. De gehandicaptenzorg was daar op dat moment niet aan toe. Nu zie je de professionaliseringsslag die de zorg in Nederland gemaakt heeft. Restaurant Het Borghuis in Doetinchem waar verstandelijk gehandicapten werken, is er een mooi voorbeeld van. Het was mijn missie om instellingen ervan te overtuigen dat het zo zou kunnen. Het duurde me toen allemaal te lang voor die gedachte op de werkvloer was doorgedrongen. ‘Werk is uitbuiting’ was het gevoel. Ik begon voor mezelf.”
Als wat?
„Als zelfstandig adviseur. Ik sla een brug tussen de zorg en het bedrijfsleven. Ik breng ‘mensen met problemen’ in het maatschappelijk verkeer. Zo ben ik ook met de Drie Ankers in contact gekomen. Dat is het goede van de stichting. Die stuurt geen sloten geld naar het land, maar er wordt kennis overgedragen. Ik ben de netwerker die groepen bij elkaar brengt.”
Je kende het land niet?
„Nee. In februari zijn Wennie en ik er voor het eerst geweest. Het land is armer dan ik dacht. Suriname bestaat uit allerlei culturen: Javanen, Hindoestanen, Creolen waarlangs de lijnen van de samenleving lopen.”
Wat is je drijfveer?
„Het is een uitdaging om te zien of wat ik hier doe, ook daar werkt en welk werk je er voor mensen kunt creëren. Ik heb een contract voor twee jaar. Ik voel me geen ontwikkelingswerker, je moet ook realistisch zijn. Ik kom om de drie maanden terug naar Nederland. We gaan niet emigreren. Als ik terugkom zal ik toch weer als zelfstandig ondernemer aan de slag moeten.”
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties












