HORSSEN - Een sterk merk is goud waard. Vandaar het houten leugentje net buiten het dorp. ‘NT cross Bergharen’, die kant uit, zeggen de bordjes. De route eindigt echter in Horssen, door de organiserende Zandduivels geprezen dorp waar de ronkende motorsporters warm worden ontvangen.
De bordjes lagen er nog, maar belangrijker: de naamsbekendheid van wat ooit was, erkent clubvoorzitter Patrick Greup. „Nationale Cross Bergharen is een beroemde naam van vroeger. Daar moet je gebruik van maken.”
Lang geleden, in de jaren zestig van de vorige eeuw, kwamen zelfs wel tot 30.000 liefhebbers naar de ‘berg’ in Bergharen om op tweede paasdag de motorcrossers over zand en – bijzondere atractie – twee stukken asfalt te zien racen.
„Twee weken na de cross zag je er niets meer van”, constateert Greup.
Maar desondanks heeft het natuurbelang De Zandduivels in 1994 van hun berg verdreven. Tot hun verdriet: geen eigen trainingsbaan meer, leegloop van de club en vooral het verlies van een prachtparcours. Zegt ook secretaris Tineke Mulders. „Zo’n baan maak je eigenlijk nooit mee.”
Ze zijn nu dolblij met de akker van broer Theo Kampschoer aan De Aspert, daar niet van. „Maar het is natuurlijk lang niet zo spectaculair als op de berg.” Bos was het decor van een baan met flinke hoogteverschillen. „Mooier om in te rijden en ook leuker voor het publiek.”
In Horssen slechts vijf bescheiden schansjes en overal de horizon.
Een nieuw bestuur wilde het in 2007 al opnieuw proberen met een baan in Winssen. Greup, voorzitter van een club die ooit een ledenstop had en nu nog hooguit ruwweg zeventien actieve leden telt: „Ze kwamen met steeds nieuwe eisen.” Dus dat werd niks.
Voor de medewerking van de gemeente Druten daarentegen gaat letterlijk de duim omhoog. En voor de omwonenden, die vorig jaar voor het eerst de cross als tijdelijke buur hadden. De Zandduivels reden toen tot hun plezier weer voor eigen publiek, zoals ook gisteren, gezien de vele fietsen.
De nieuwe buren in Horssen hebben ze er nadrukkelijk bij betrokken, zeggen ze. „We hopen een relatie te kunnen opbouwen.” Dat betekent ‘rommel opruimen, oliematjes onder de motor bij het sleutelen en geen parkeeroverlast’. We hebben bijna alle buurtbewoners mee.” Dus als het aan Mulders en Greup ligt komen ze nu ieder jaar terug, ‘als het goed gaat’.
Bezoeker Jan Peters – ‘ik woon vlakbij’ – heet ze alvast van harte welkom. Met zoon en dochter geniet hij zondagmiddag van het spektakel. Net als Marcel Hendriks uit Hernen. „Leuk voor mijn zoon Bas om te kijken.”
Beetje jeugdsentiment ook. Beide vaders, ook al is de ene een echte liefhebber en de andere niet, herinneren zich maar al te goed hoe ze als kind de races ‘op de berg’ zagen. Hendriks: „Dat weet ik nog wel. Maar als je kind bent, lijkt het altijd indrukwekkender.” Met een blik op de 1.400 meter lange baan: „Toch leuk dat zoiets kan. Het ging trouwens maar nét, want een paar dagen geleden moest de tarwe er nog af.”
„Hard hè, mooi hè”, roept Peters over de herrie heen naar zijn enthousiaste dochtertje. Net als pa en d’r broertje is ze er ook eentje met een scheutje motorolie in het bloed. „Ze kijken ook motorraces op tv.” Een razende quad vliegt voorbij, landt en spat klei in Peters’ biertje. Maakt de fruitteler niks uit. „Goeie grond hier.”
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties












