DREUMEL - Op de Welzijnshoeve in Dreumel boeren René, Petra en zoon Tom op biologische wijze. Bovendien opereert melkcoöperatie Eko Holland vanuit de boerderij aan de Papesteeg.
Vorig jaar groeide de coöperatie explosief. Dertig biologische
melkveehouders namen in 2002 het heft zelf in handen. Zij richtten de
melkcoöperatie Eko Holland op. René Cruijsen van Welzijnshoeve
Cruijsen-Smits aan de Papesteeg in Dreumel is voorzitter. „We dragen samen
de lusten en lasten.“
Door de samenwerking die de boeren in
2002 aangingen, zijn zij minder afhankelijk van de verwerkers van hun
biologische melk. Niet meer de fabrieken maar de boeren zelf bepalen de
prijs.
Daarnaast kiest de coöperatie voor verwerkers die een
‘mooi’ product afleveren. De biologische melk van Eko Holland gaat naar
fabrieken in Nederland, Duitsland, België, Denemarken en Engeland.
Het afgelopen jaar groeide het aantal aangesloten biologische melkveehouders
van dertig naar zestig.
Cruijsen: „En aan het eind van 2007 hoop
ik dat er honderd van de driehonderd Nederlandse, biologische melkboeren
zijn aangesloten.“
Volgens Cruijsen komt de groei doordat
boeren bij de coöperatie economisch beter af zijn. Ook is de vraag naar
biologische melk groter geworden dan het aanbod.
Cruijsen: „Ik wil
niet zeggen dat biologische producten beter zijn. Maar je weet wel zeker dat
de koeien tweehonderd dagen per jaar in de wei staan te grazen. Onze
producten zijn met beleving gemaakt.“
Biologische
melkveehouderijen mogen onder andere geen gebruik maken van chemicaliën en
kunstmest. Bovendien moeten de koeien minstens tweehonderd dagen per jaar in
de wei staan.
René en zijn vrouw Petra Cruijsen kozen ervoor zich
niet te specialiseren. Samen met zoon Tom hebben zij akkerbouw, groenteteelt
en houden zij varkens en melkvee. Cruijsen: „Bij ons is de cirkel rond. Het
is een klein ecosysteem.“
De veertig melkkoeien krijgen
bijvoorbeeld ruw voer en krachtvoer van eigen bodem. De mest van het vee
wordt weer op het land uitgereden.
Cruijsen: „Dit is toch een
prachtig verhaal. Er gaat niets verloren. Noem mij één bedrijfstak waarbij
geen afval ontstaat.“
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.















