Het kroonwerk maakte vroeger deel uit van de vesting Grave als noordelijke bescherming van de stad. Grave was weer onderdeel van de oude vestingstedenlinie die in de tijd van de Republiek der Verenigde Nederlanden liep van het Groningse Bourtange tot en met het Zeeuwse Hulst.
Het kroonwerk is aan het einde van de negentiende eeuw, op grond van de Vestingwet (1874) bovengronds gesloopt, als onderdeel van de ontmanteling van de vesting Grave. Bij de kanalisatie van de Maas tussen 1918 en 1929 liep het voormalige kroonwerk wederom schade op. Dat gebeurde nogmaals in 1972 toen een deel van de vesting werd verwijderd om meer ruimte te scheppen voor de toe- en afvaart van de sluis.
Ondanks de sloop en aangerichte schade is er nog veel bewaard gebleven. Van het grootste deel van het kroonwerk met zijn drie bastions zitten nog veel muurresten onder het maaiveld. De stervormige buitenrand, de zogenaamde tenaille, is herkenbaar gebleven door de aanleg van Maasheggen. Enkele grensstenen liggen nog op de originele plaats en de glooiende hellingen aan de noordzijde zijn restanten van de oorspronkelijke hellingen. Op warmtebeeldfoto's, gemaakt vanuit satellieten, zijn de contouren van het kroonwerk met de drie bastions goed zichtbaar. In Nederland is geen enkel voormalig kroonwerk nog zo duidelijk herkenbaar in het landschap.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.















