De familie Ernsten voor hun noodwoning op het spoor in Nijmegen. Nelletje Ernsten zit op schoot bij haar moeder. Fotoarchief Hannie de Croon
De vijf families die in 1921 in zes noodwoningen op het spoor in Nijmegen woonden. Fotoarchief Hannie de Croon
NIJMEGEN - In 1921-1922 woonden vijf families in zes uitgerangeerde wagons op het spoor in Nijmegen. Twee ansichtkaarten uit 1921 herinneren aan de verder bij historici onbekende noodwoningen in treinstellen. De postkaarten komen uit de nalatenschap van Nelletje Ernsten, op de foto’s nog een baby.
Dochter Hannie de Croon uit Beuningen zocht contact met het Gemeentearchief Nijmegen om achter het verhaal van de noodwoningen te komen. In het adresboek van 1922 zijn de adressen en bewoners terug te vinden: Spoorwagon A60/A73, Postwagon 56A, Spoorwagon A73, Wagon A63 en Oude Nonnendaalseweg wagon A69. Veel meer is er niet bekend.
De foto’s waar de moeder van Hannie als baby opstaat, doken twee jaar geleden op. Haar moeder en andere familieleden wisten er niets over te vertellen. Toen haar moeder in januari 2011 overleed, besloot Hannie (52) haar stamboom uit te zoeken en kreeg ze hernieuwde interesse voor de afbeeldingen. „Waar was het toilet? Hoe kookte ze? Maar vooral: Waarom woonde ze daar?”
Op het gemeentearchief in Nijmegen was het bestaan van de noodwoningen in wagons onbekend. Een vrijwilliger vond de adressen, bewoners en hun beroepen wel terug. In de zes wagons woonden vijf families volgens het adresboek van 1922. In totaal waren zij met tien volwassenen en dertien kinderen. De familie Ernsten woonde zeven maanden op de Oude Nonnendaalseweg wagon A69. De andere families heetten Lubberhuizen, Willems, Pannevis en Wolf. De kostwinners werkten voor de NS als remmer, stoker, ploegbaas en hoofdgeleider.
Ook voor medewerkers van het Spoorwegmuseum en Guus Veenendaal, schrijver van een boek over de geschiedenis van de Nederlandse Spoorwegen, is het nieuw dat in Nijmegen wagons als noodwoningen zijn gebruikt. Veenendaal: „Het is vrij zeldzaam in die tijd. Ik weet wel dat spoorwegmaatschappijen daar in de Eerste Wereldoorlog mee begonnen. Na de Tweede Wereldoorlog gebeurde het meer. Het zal heel primitief zijn geweest.”
Hannie de Croon weet dankzij het archief iets meer over haar familiegeschiedenis. „Ik denk dat ze voor het werk naar Nijmegen zijn gekomen. Ik wist dat opa poetser was, maar niet dat hij later lakspuiter werd. Mijn nichtje wist te vertellen dat opa graag machinist wilde worden. Maar omdat hij kleurenblind was, mocht dat niet.”
Maar het echte verhaal van het hoe en waarom blijft nog in het verleden verborgen. „Ik hoop dat familie van de andere bewoners er meer over weet. Die familieleden ben ik nu aan het zoeken.”
Weet u iets over de wagonhuizen? j.vgruijthuijsen@gelderlander.nl
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.






Sorteer reacties














