Woensdag, 12 september 2007 - NIJMEGEN - Een miljoen euro per jaar voor investeringen in het meer zichtbaar maken van het Nijmeegse verleden is veel geld, erkent Piet Timmermans. "Maar afgezet tegen de totale jaarlijkse stadsinvesteringen in nieuwbouw en de openbare ruimte valt het bedrag ook weer mee", meent hij.
Volgens Timmermans moet de politiek beseffen dat het hier om een wens gaat van 28 kleine en grotere historische verenigingen en instellingen. Groepen die allemaal een enorme inzet plegen om Nijmegen als oudste stad neer te zetten.
Timmermans zegt dat de herbouw van de donjon steun krijgt van het cultuurhistorisch platform. Evenals een verdere uitbouw van het middeleeuws festival rond de Gebroeders van Limburg. Daarbij past het permanent zichtbaar maken van het werk van de gebroeders, maar er zou bijvoorbeeld ook gekeken kunnen worden naar de resten van middeleeuwse kelders in de stad. Zijn die beter toegankelijk te maken voor het publiek?
Verder zou er werk gemaakt moeten worden van het opzetten van een tweejaarlijks Romeins festival. In de bouwplannen voor het westelijk Waalfront moet meer aandacht komen voor het Romeins verleden. "Aan de Waal lag de oudste stedelijke nederzetting van Nederland. Daar moet je mee voor de dag durven komen", meent Timmermans.
Een derde poot waar het CPRN op inzet, is het industrieeel verleden van de stad. Dan gaat het onder meer om de geschiedenis van de industrie in de woonwijken (Bottendaal en Willemskwartier), maar ook om de ontwikkeling van de architectuur van arbeiderswoningen. Die geschiedenis moet vastgelegd worden en herkenbare delen van de wijken moeten ook beschermd blijven.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties














