13 dec 2007, 03:16 - Haar hart gaat waanzinnig te keer. In de bossen rond de Leemkuil, aan de rand van Nijmegen, staat Noortje Koesen oog in oog met een zwijn en haar negen jongen.
Het is dan tegen vijf uur, de schemering valt. Rond half vijf laat Noortje
Koesen elke dag hier haar twee honden, een herder en een labrador, uit.
Zo ook dinsdagnamiddag. Samen met andere baasjes die hun honden hier uitlaten,
een stuk of dertig. De Leemkuil is een hondenuitlaatplaats waar de beesten
kunnen rennen.
Noortje heeft net daarvoor al de schrik van haar
leven gehad. Op de rand van de kuil staat een wild zwijn. Een hond rent
eropaf. Er klinkt gegil, de honden worden teruggefloten. Voor Noortje is de
lol eraf. Als ze terugloopt naar haar auto, komt ze de troep wilde zwijnen
tegen, een groot varken en negen biggetjes.
Drie uur later staat
Noortje Koesen nog te trillen. "Het zwijn is kennelijk aan mensen
gewend, hij kwam zó dichtbij." Ze kent het verhaal van een man met
een husky-sledehond die tegen een everzwijn aanliep en moest vluchten.
Noor belt de politie, maar 'die doet niks', krijgt ze te horen. "Moet ik
leren hoe ik in een boom moet klimmen?"
De everzwijnen komen
uit Limburg en Duitsland, zegt Jan Boelm van Faunabeheereenheid
Oost-Gelderland. "Er is in Nijmegen één jager die ze mag afschieten.
Dat gebeurt ook." Dit jaar drie zwijnen.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties














