Somalische jongens voetballen in sporthal Meijhorst, terwijl hun moeders toekijken. Op initiatief van twee Somalische jongens komt er een sport- en huiswerkproject voor Somalische jongeren in Dukenburg. foto Mariska Hofman
De Somaliërs in Meijhorst komen in actie. Om te voorkomen dat hun jongeren op straat terecht- komen. In een serie schetst De Gelderlander een portret van de wijk Meijhorst en haar bewoners. Aflevering 6.
Zie ook:
En weer is voetbal de aanjager. Enkele tientallen Somalische jongens, van kinderen tot jongvolwassenen, rennen deze vrijdagavond achter de bal aan in sporthal Meijhorst.
Sommigen laten een fabelachtige techniek zien. Voetbal is ook hier een
manier om met de jongeren in contact te komen.
Want de Somalische
jeugd kan wel een steuntje in de rug gebruiken, weet Liban Husen (20). Met
zijn vriend Ismail Mohamed (20) nam hij het initiatief voor de
voetbaltrainingen. Het moet leiden tot een project dat de Somalische jeugd
steun en begeleiding biedt bij het vinden van haar weg in de Nederlandse
samenleving.
Liban weet uit ervaring dat dat moeilijk kan zijn. "
Ik kwam in 1993 met mijn broer naar Nederland, mijn moeder was toen al hier."
Liban leerde snel Nederlands, zijn moeder had daar meer moeite mee. "Zij
begreep mij niet. Voor mij was het daardoor moeilijk om verder te komen. De
generatie na ons moet het beter krijgen. Daarom hebben we dit opgezet."
'Dit' is een zaalvoetbaluurtje op vrijdagavond, voorlopig voor vier weken.
Graag zouden Liban en Ismail zien dat het voetbaluur na die maand voortgezet
wordt. Ook is het de bedoeling dat er op korte termijn activiteiten voor
meisjes worden georganiseerd. Daarnaast willen ze een ruimte waar de oudere
jeugd huiswerkbegeleiding kan geven aan de jonkies en willen ze uitstapjes
organiseren naar musea en pretparken.
Liban noemt als voorbeeld
Chabbab Hees, de voetbalclub die door de Marokkaanse Nijmegenaar Saïd
Achouitar is opgericht om de jongens van de straat te houden. "Saïd is
een vertrouwenspersoon geworden, ook voor de ouders. Het zou mooi zijn als
wij dat konden worden voor de Somalische gemeenschap." Enige maanden
geleden is in Nijmegen de Somalische vrouwenvereniging Iftin ('Licht')
opgericht, die vooral veel moeders als leden heeft. Het is de bedoeling dat
de voetballers en de moeders gaan samenwerken, want ze hebben hetzelfde
doel: de jongeren op het juiste pad houden.
"Het gaat best
goed met onze kinderen", zegt Ayan Idle (30 jaar, moeder van drie
kinderen). "Ze hebben Somalische én Nederlandse vriendjes, ze zitten
ook bij Nederlandse clubs. We willen alleen voorkomen dat het mis gaat."
Ook wethouder Lenie Scholten (integratie) is deze avond
uitgenodigd. Ze is enthousiast over de actie van de twee Somalische jongens.
"De gemeente wil graag meewerken. We kunnen ze financieel steunen, maar
we kunnen ook iemand leveren om ze te begeleiden. Maar het moet wel hún
project blijven."
Scholten kent de problemen waar de
Somalische gemeenschap mee worstelt. "Er zijn veel alleenstaande
moeders en ze hebben vaak veel kinderen. Het is moeilijk om die kinderen
allemaal aandacht te geven. Daarom is het vooral belangrijk dat er
huiswerkbegeleiding komt."
"Moeders kunnen vaak de mentor
van hun kind op school niet begrijpen door de taalachterstand", zegt
Kadra Abdillahi (41, moeder van vier kinderen). "Daardoor kunnen ze de
kinderen ook niet helpen hun zwakke punten te verbeteren."
Liban: "In onze cultuur geeft de moeder de meeste aandacht aan het
jongste kind. Als vader er niet meer is krijgt de oudste zoon de rol van
vaderfiguur. Soms is dat te veel druk voor zo'n jongen en komt hij op het
verkeerde pad."
Veel vaders geven volgens Liban een slecht
voorbeeld. "Ze kauwen qat (het blad van een plant waarvan het sap een
stimulerende werking heeft, MP) en gaan pas 's ochtends naar bed. Ze worden
'nachtmensen' genoemd. We moeten voorkomen dat de jongens in dat circuit
terechtkomen. Sport kan een uitweg zijn. Jongeren met talent kunnen
doorbreken, anderen kunnen zich aan hen optrekken."
"Je
hoort vaak negatieve dingen over Somalië. Er is al heel lang oorlog, nu zijn
er de piraten die schepen aanvallen. Wij willen een beter voorbeeld geven."
Het 15-jarige Somalische meisje Amal zou graag met de sportactiviteiten
meedoen. "Ik ben hier geboren, ik zit in 3 havo op de SSGN", zegt
ze in vloeiend Nederlands. "Ik zet me absoluut niet af tegen de
Nederlandse cultuur. Ik heb ook Nederlandse vriendinnen. Toch zou ik het
leuk vinden om iets met Somalische jongeren te doen. We komen nu eenmaal uit
hetzelfde land, we hebben onze achtergrond gemeen."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties













