NIJMEGEN - Van alle verpleegkundigen-in-opleiding die op praktijkstage gaan
in ziekenhuizen in de regio Arnhem en Nijmegen, voldoet er vrijwel geen aan
de eisen van parate kennis. De studenten schieten te kort in basiskennis
over de locatie van organen in het lichaam, de werking van het hart,
bijwerkingen van medicijnen en het berekenen van doseringen voor medicatie.
Dit geldt voor zowel de studenten van het ROC als de Hogeschool
Arnhem-Nijmegen die praktijkstages volgen in UMC St Radboud,
Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis, Maartenskliniek en de ziekenhuizen
Rijnstate, Zevenaar en Velp.
Volgens Alette Samuels, hoofd
onderwijsbeleid van de Radboud Zorgacademie, is niet te verwachten dat de
situatie elders in het land beter is. "Het is een landelijk
verschijnsel dat de opleidingen veel minder dan vroeger aansluiten op de
praktijk."
De leemte aan kennis werd bevestigd door de
toetsen die de ziekenhuizen in de regio gezamenlijk hebben opgezet en sinds
een jaar bij stagiaires afnemen. Aanleiding daarvoor waren de zorgen van de
artsen, chirurgen en verpleegkundigen over de parate kennis van de studenten
op de werkvloer.
Inmiddels zijn de aankomend verpleegkundigen het
afgelopen jaar twee, sommigen drie keer onderworpen aan de basistest die
steeds is toegespitst op het specialisme waar ze stage gaan lopen. De meeste
studenten scoorden, onafhankelijk van het jaar waarin ze studeerden, een
onvoldoende bij vragen over anatomie, pathologie, verpleegkundig rekenen,
verpleegkundige vaardigheden, medicijnen en patiëntenonderzoeken.
Volgens Samuels is de neerwaartse trend in kennis bij stagiaires onder meer ingezet met de afstand tussen het onderwijs op school en het leren in de praktijk. Sinds twaalf jaar vindt het verplegingsonderwijs plaats onder verantwoordelijkheid van roc’s en hogescholen en niet meer van de zorginstellingen zelf. Vakken als anatomie en pathologie krijgen veel minder aandacht. Alle ziekenhuizen onderkennen volgens Samuels het probleem „dat studenten gewoon te weinig weten”. De overheid grijpt volgens haar niet in, „terwijl die volgens Samuels best kwaliteitscriteria mag stellen aan de praktijkstage.” Daardoor is het volgens haar extra moeilijk om het tij te keren.
Caroline van Mierlo, directeur van het instituut Verpleegkundestudies aan de HAN, ziet de toets waaraan de Hogeschool Arnhem Nijmegen zelf meewerkte, als de ontbrekende schakel in een volgens haar verder prima opleiding. „Het kennisniveau van onze studenten is niet afgenomen in de afgelopen jaren. Wel is de zorg complexer en specialistischer geworden. Bovendien worden onze studenten breed opgeleid, ook voor thuiszorg en psychiatrie. Dat op onderdelen de basiskennis wegzakt, is dan logisch. Als school zijn we blij met de toets, omdat daarmee studenten snel inzicht krijgen in de onderdelen waarop ze nog tekort schieten voor hun komende stage.”
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














