NIJMEGEN - Zo'n vierhonderd vwo-scholieren en hbo-studenten die zich voor
het komend studiejaar op de Radboud Universiteit in Nijmegen inschrijven,
kunnen deze zomer een uitnodiging verwachten voor een gesprek over hun
studiekeuze. Het gaat om studenten in spe die geen voorlichtingsactiviteiten
bezoeken. Het percentage uitvallers ligt bij deze groep hoog.
Ook leerlingen bij wie op de middelbare school twijfel bestaat of ze wel de goede studiekeuze hebben gemaakt, worden uitgenodigd. Op die manier wil de universiteit het percentage studenten terugdringen dat tijdens of na het eerste jaar met de studie stopt. Het gaat vooralsnog om een pilot op vijf opleidingen in Nijmegen: psychologie, pedagogiek, bedrijfswetenschappen, rechten en filosofie. De studenten om wie het gaat, krijgen halverwege het eerste jaar nog een keer een gesprek over hun studieresultaten. Bij gebleken resultaat wordt de werkwijze op de hele universiteit toegepast.
In Nijmegen stapte vorig jaar 6 procent van de vwo-leerlingen na het eerste jaar over naar een andere studie binnen de universiteit en stapte 12 procent over naar het hbo of stopte helemaal met studeren. „Die cijfers vinden we veel te hoog”, zegt Carla van Wely, hoofd van de afdeling Studentenbegeleiding van de Radboud Universiteit.
In het hele land zijn universiteiten en hbo-scholen bezig de uitval in het eerste jaar terug te dringen. Het ministerie van Onderwijs onderzoekt welke methode het beste werkt. Bij het onderzoek zijn vier universiteiten en zeven hbo-scholen betrokken. De Radboud Universiteit is er een van.
De Nijmeegse universiteit houdt sinds 2002 bij of studenten die zich inschrijven, voorlichtingsdagen bezoeken. Uit onderzoek blijkt dat de uitval in het eerste jaar bij studenten die dit niet doen bijna twee keer zo hoog is als bij studenten die zich wel laten voorlichten. De gesprekken hebben als doel de aspirant-student een realistisch beeld van de opleiding voor te houden.
„De studie-adviseur gaat niet zeggen of de leerling de studie wel of niet moet gaan doen”, aldus Van Wely. „Hij geeft informatie zodat de leerling zelf kan beslissen of hij geschikt is. De leerling kan daarna een test doen om te kijken welke studie beter bij hem past. Misschien komt er wel uit dat hij beter naar het hbo kan gaan. In elk geval is hij nog op tijd om zich voor een andere studie in te schrijven.” Het gesprek met de studie-adviseur is niet verplicht. Van Wely: „De leerling krijgt echter wel het dringende advies aan de oproep gehoor te geven.”
Van Wely vindt niet dat de universiteit zich te ver in het privé-domein van de leerling begeeft. „Een jaar verlies door een overstap is zowel voor de student als voor de universiteit ongunstig.”
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

















