DEN HAAG - De prijsstijgingen voor het busvervoer na de invoering van de ov-chipkaart zijn elders in het land kleiner dan in de Stadsregio Arnhem-Nijmegen. Dat blijkt uit onderzoek van de Tweede Kamerfractie van de SP. Kamerlid Emile Roemer bekeek de prijzen in Amsterdam, Leiden, Rotterdam en Utrecht en vergeleek die met het Gelderlander-onderzoek in Arnhem en Nijmegen.
Overal bleken de prijzen gemiddeld gestegen te zijn, behalve in Rotterdam waar de tarieven enkele jaren geleden al fors werden verhoogd. De prijsstijgingen bleken nu uiteen te lopen van 5 procent in Amsterdam tot 12 procent in Nijmegen en 22 procent in Arnhem.
Roemer wil donderdag tijdens een Kamerdebat opheldering vragen aan staatssecretaris Huizinga. Hij eist ook dat reizen met de strippenkaart voorlopig mogelijk blijft.
Het kabinet heeft altijd beklemtoond dat de prijzen voor de ov-chipkaart en strippenkaart gemiddeld gelijk moeten zijn. Verder faalt de apparatuur in bussen waardoor reizigers niet kunnen uitchecken. Dat kost 4 euro. Het terugvorderen is lastig. Ook is nog altijd niet in elke regio duidelijk wat de tarieven zijn. Om berekeningen te maken, moest de SP in de websites van drie bedrijven raadplegen.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














