De kuddes zijn zogenaamde 'gehouden dieren' die in een gebied leven dat te klein is voor de beesten om in dit jaargetijde volledig zelfredzaam te zijn.
Terreinbeheerder Staatsbosbeheer en kuddebeheerder Free Nature hebben daarom besloten om de runderen en paarden dagelijks een extra maaltje hooi te gunnen.
De grote grazers in De Gelderse Poort leven het jaar rond buiten met zo min mogelijk menselijke bemoeienis. De koniks en gallowayrunderen zijn de natuurlijke grasmaaiers van de reservaten langs Rijn en Waal. Ze zorgen al grazend voor veel afwisseling in de natuurgebieden: van kort gras tot opgaande bosschages.
Ofschoon de natuur in De Gelderse Poort zo veel mogelijk vrij wordt gelaten, rust op de beheerder van de kudde wel een wettelijke zorgplicht omdat ze als gehouden vee worden beschouwd. Het wel en wee van de dieren wordt goed in de gaten gehouden", verzekert Chris Braat van Free Nature: "Het is normaal dat de dieren in de wintermaanden gewicht verliezen. Daarom leggen ze in de warme maanden een flinke vetreserve aan. In de winter eten ze alleen om het maagdarmsysteem aan de gang te houden."
Het voeren van de grazers in de Gelderse Poort is volgens de kuddebeheerder een uitzondering. Uitgangspunt is dat de aantallen dieren in evenwicht zijn met het beschikbare voedsel.
Eerdere winters waren volgens Braat zo mild, dat de grazers zonder bijvoeren de koude maanden doorkwamen. "De winter die nu bijna achter ons ligt, is uitzonderlijk streng en duurt bovendien lang. De 380 dieren in de Stadswaard, Oude Waal, Groenlanden, Bisonbaai, Klompenwaard en Millingerwaard worden zo lang gevoerd totdat er weer voldoende gewas voor hen groeit."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties













