NIJMEGEN - Voor de zekerheid heeft Erwin van Zoelen van de Museumwinkel in de Nijmeegse Van Welderenstraat even de politie ingelicht. Een maand lang heeft hij een afgehakt mensenhoofd in zijn winkel staan. „Het was volgens de politie geen probleem.”
Als je bij Van Zoelen binnenstapt, struikel je bijna over een opgezette zwarte beer. Toch is het jong momenteel niet het topstuk in de collectie curiosa van Nijmegenaar Erwin van Zoelen. Dat is het afgehakte mensenhoofd ter grootte van een softbal: een shrunken head.
„Het is een publiciteitsstunt”, zegt Van Zoelen (37), „In Nederland is zover ik weet één shrunken head in privébezit. Het Tropenmuseum in Amsterdam heeft er ook twee.”
De ongelukkige Europeaan, waarvan het verminkte hoofd een maand in Nijmegen is, viel aan het einde van achttiende eeuw in de handen van de Jivaro, een stam in Ecuador en Peru. De bewoners van de Amazone hakten zijn hoofd af en sneden zijn huid met vlees en al van de schedel. Van Zoelen: „Bizar hè? Het is gewoon echt haar en echte huid.”
Het vlees doorliep een proces van koken met kruiden en drogen om het te preserveren. Daardoor kromp het en werd het vormloos.
Na deze procedure spanden de indianen de huid rond een houten bol en brachten er weer vorm in. Het hoofd werd met houtskool zwart gemaakt. Van Zoelen: „Het is zeker een Europeaan. Dat weten we omdat hij baardgroei heeft. Vermoedelijk komt hij uit Spanje.”
De indianen voerden dit ritueel uit bij verslagen vijanden. Door de de ogen en mond dicht te naaien kon de geest van de verslagene de overwinnaar niet achtervolgen. De shrunken heads speelden ook een rol bij ceremonies.
De hoofden werden al snel populair bij westerlingen, waardoor de Jivaro indianen ook shrunken heads voor de handel gingen produceren. In de jaren dertig van de vorige wisselden ze voor 25 dollar of een geweer van eigenaar.
„Een ceremonieel hoofd is laatst nog voor 70.000 dollar verkocht”, zegt Van Zoelen. „Dit hoofd is niet ceremonieel. Ik denk dat het 16.000 euro waard is.” Het topstuk in de Museumwinkel is echter niet te koop. „Maar ik kan wel bemiddelen in twee andere hoofden.”
Van Zoelen leende de shrunken head van een Belgische vriend. Die kocht het van de zoon van de markies van Wavrin. Deze Belgische amateurantropoloog reisde de hele wereld af, schreef een boek over de Jivaro en bracht in 1931 een film uit over het volk. Hij nam vier shrunken heads</CF> mee naar Europa. Van Zoelen: „Het hoofd gaat over een maand naar Parijs voor een tentoonstelling over indianen.”
De shrunken head valt nauwelijks uit de toon tussen de skeletten, opgezette dieren, schedels, vlinders en fossielen in de Museumwinkel. Van Zoelen: „Ik ben drie weken geleden met de winkel begonnen. Ik werk ook in het Natuurmuseum Nijmegen. Ik irriteerde me er altijd aan dat je in musea niets kan kopen. Hier kan dat nu wel.”
Ethische bezwaren heeft de Nijmegenaar niet.
„Ik ben er wel tegen dat een dier wordt gedood om het op te laten zetten. Wat betreft de shrunken heads verkochten de indianen niet de hoofden van hun voorouders maar die van hun vijanden.”
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties













