MILLINGEN - Bij de rechtbank in Arnhem stonden woensdag diverse Nijmeegse overvallers terecht. Bij die gelegenheid las een medewerkster die de gewapende overval op de C1000 in Millingen meemaakte de volgende slachtofferverklaring voor:
'Ik ging naar mijn werk op een doodgewone dag. Ik deed de deur open en
kreeg meteen een harde duw en een pistool op me gericht. Ik moest naar boven
waar een collega al vastgebonden lag. Het is verschrikkelijk om iemand daar
zo machteloos te zien liggen.
Ik moest mee naar de kluis. Ik zag steeds een mes en een pistool op me
gericht. Voor mijn gevoel duurde het uren. Ik probeerde kalm te blijven maar
had kippenvel van top tot teen. Je bent doodsbang. En met doodsbang bedoel
ik ook letterlijk: bang voor de dood.
Ook verschrikkelijk was toen één van de overvallers een beveiligingscamera
uitschakelde. Toen kwam er kortsluiting. Daar sta je dan in het donker, met
overvallers met bivakmutsen, pistolen en messen, moederziel alleen, niemand
kan je helpen.
Toen de kluis eindelijk leeg was, moest ik mee en zeiden ze dat ze me gingen
vastbinden. Ik kon bijna niet meer slikken van angst. Het vastgebonden
worden voelde verschrikkelijk. Je voelt je totaal machteloos en je voelt je
handen dik worden door de strakke tie-wraps.
Na het gebeuren ben je heel angstig en alert. Je denkt overal overvallers te
zien en bij elk geluid schrik je. In het donker ligt de angst altijd op de
loer. Dit gebeurt onbewust. Omdat je hersenen iets geregistreerd hebben en
dit niet zomaar kunnen vergeten. Het zit voor altijd op je harde schijf. Je
denkt er elke dag aan. Ook de angst op de gezichten van mijn collega's
vergeet je niet zomaar.
Hoe kunnen mensen dit een ander aandoen?'
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties













