Nijenhof en Van Lieshout zijn wijnmakers. Voor de hobby: wat ze maken, drinken ze zelf op of delen ze uit. Beiden zijn lid van het Wijngilde, een club van 31 wijnmakers waar Van Lieshout voorzitter van is.
Meest gebruikt als basis: druiven. „Maar we hebben ook een lid gehad dat wijn maakte van tuinbonen en peterselie.“
En zelf heeft hij berkensapwijn gemaakt. Van Lieshout: „Is nog lekker ook.“
Daar waar het aantal professionele wijnmakers in Nederland toeneemt, is de indruk van het wijngilde dat het thuis wijnmaken in populariteit afneemt: het gilde had 25 jaar terug negentig leden.
Onbegrijpelijk, vinden Van Lieshout en Nijenhof. Want oh wat is wijnmaken leuk. Druiven regelen bij een boer in Frankrijk of op de veiling. Thuis de boel kneuzen, gist erbij. En dan regelmatig aanvullen, overhevelen en proeven natuurlijk. Kost redelijk wat tijd. Maar, zegt Nijenhof lachend: „Het is een lekkere hobby.“
Elke maand komen de leden van het gilde samen in basisschool Dukendonck in Tolhuis om te praten over wijn. En elkaars wijnen uit te proberen, uiteraard. Het jongste lid? Midden veertig. Nijenhof: „Vanaf die leeftijd worden de glaasjes kleiner, raken mensen van het bier af.“
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

















