Milieuwethouder Jan van der Meer ging er kijken en raakte er door geïnspireerd. Resultaat: een voorzichtige start met de stimulering van zonne-energie in Nijmegen.
Voorzichtig: in totaal 66 mille gaat hij er voor gebruiken, onder meer voor een ‘zonnekrachtteam’. In dat team moeten mensen komen die willen optreden als zonne-ambassadeur, die de aanschaf van zonnepanelen stimuleren. Verder komen er op het dak van het stadhuis zonnepanelen en komt er een onderzoek naar ‘kunstzinnig vormgegeven iconen’.
Idee is om in de spoorkuil bij de Graafsebrug op palen met de zon meedraaiende panelen te plaatsen. En er komt een symposium over zonne-energie, dat ideeën op moet leveren voor een verdere stimulering van de aanschaf van zonnepanelen.
Probleem daarbij is geld. In 2004 werd de overheidssubsidie voor de aanschaf van zonnepanelen afgeschaft. En de GroenLinks-wethouder heeft zelf ook nog geen potje in de gemeentekas gevonden om bij te kunnen dragen in de aanschafkosten van burgers. Zelfs voor zijn ‘iconen’ in de spoorkuil moet hij nog geld zien te vinden.
Maar de GroenLinks-wethouder geeft niet op voorhand al op. Hij heeft laten uitrekenen dat Nijmegen ééntienduizendste verbruikt van alle energie die in de wereld uit fossiele brandstoffen komt. Terwijl de Nijmegenaren maar éénveertigduizendste deel van de wereldbevolking vertegenwoordigen.
Nijmegen zou vijftig keer zoveel energie kunnen produceren dan nodig is als het gehele Nijmeegse grondoppervlak vol zonnepanelen gelegd zou worden. In 2007 wil hij er voor zorgen dat Nijmegenaren enthousiast worden voor zonne-energie en panelen aan gaan schaffen.
In Nederland zijn er talloze gemeenten die uit eigen zak subsidies verschaffen, tot soms duizend euro per huishouden. Een paneel dat 80 kilowattuur per jaar oplevert, kost 500-600 euro en levert zo’n twee tientjes besparing per jaar op de elekticiteitskosten op.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties














