07 dec 2007, 03:02 - Sinds 1987 wordt er aan de Waalsprong getekend. Eén
ding heb ik geleerd in al die jaren: papier is geduldig. Alles is
veranderlijk. Elk bouwproject is al eens aangepast.
Onlangs zijn de eerste ruimtelijke schetsen voor de dijkteruglegging in Lent
gepresenteerd. Fantastische beelden van een eiland, een overstroombare
landtong, een recreatiehaven en een nieuwe stedelijke kade in de zon. Maar
of dit ook de werkelijkheid wordt?
Sinds 2000 is het stadsbestuur
al druk met de dijkingreep. Stapels papier zijn er geproduceerd, ontelbare
debatten gevoerd. Zeker bij de discussies in Lent proefde je altijd veel
emotie. De pijn van Lent, het kruis van Lent is het wel eens genoemd
(inclusief alle ellende rond de aanpassingen op de A325). Waar maak je nog
mee dat de pastoor vanaf de kansel praat over bedreigingen voor het dorp?
Hij sprak over de vernieling van het dorpskarakter, het dorpsleven en het
gebrek aan respect voor de historie van Lent.
We hebben er als
stadsredactie veel over geschreven. We hebben de bestuurders soms opgejaagd
met de discussies en commentaren. De insteek was altijd: maak het
bestuurders zo lastig mogelijk zodat de best mogelijke oplossing uit de bus
komt. Die aanpak geldt nog steeds, ook als over de nieuwe toekomst van Lent
wordt gesproken. Een toekomst met een dijkingreep die onvermijdelijk is
geworden na de uitspraak van de Tweede Kamer afgelopen jaar.
Het
alternatief van de lokale dorpsgroepen voor de ingreep is in het verleden
vaak aan de orde gekomen. Het zorgde voor twijfel bij veel deskundigen van
Rijkswaterstaat, de provincie, waterschap en de gemeente. Het alternatief
van professor Van Ellen - een extra geul in de uiterwaarden; dus geen geul
dwars door Veur-Lent - zette destijds 'een nieuw denken' op gang. De
zogenaamde onaantastbare aannames en oplossingen van Rijkswaterstaat stonden
plots ter discussie. Het maakte duidelijk dat je dit soort ingrepen niet
zomaar dwingend kan opleggen. De professionals van Rijkswaterstaat moesten
in gesprek gaan met de direct betrokkenen en leren luisteren naar
alternatieven voor de aanpak van de flessenhals in de Waal bij Nijmegen.
Overigens heb ik zelf altijd grote twijfels gehad over de oplossing van Van
Ellen. Hij lanceerde zijn plannen vanuit de techniek. Hij was geschoold in
landen als Bangladesh. Ook zijn oplossing zou het uiterwaardenlandschap in
Lent stevig hebben aangetast. Dan hadden we enorme betonnen drempels of
wanden in het landschap langs de rivier gekregen. Misschien onzichtbaar bij
hoogwater, maar bij laagwater een afschuwelijk beeld vanaf de Nijmeegse
Waalkade.
Maar nu terug naar de dijkingreep en de actuele schetsen
voor het nieuwe Lent. Het is een kans. Jazeker. Een kans om er iets moois
van te maken, maar ook om het grandioos te verpesten.
Afgelopen
weken hebben allerlei deskundigen hun mening gegeven over de ruimtelijke
invulling. Ze geloven in hun ideeën, het zijn immers professionals. Maar ik
ben soms bang voor eigengereide professionals.
Ik besef dat de
dijkingreep, de Citadel (het nieuwe hart van Lent ten westen van de
spoorbrug rond het Hof van Holland) en de ontwikkeling van het westelijke
Waalfront een nieuw gezicht aan Nijmegen gaan geven. Deze drie
ontwikkelingen moeten nauw met elkaar verbonden worden. Samen zorgen ze voor
een ander Nijmegen. Over twintig jaar stroomt de Waal dan immers door
Nijmegen en niet meer erlangs. Wat zei wethouder Paul Depla onlangs over de
dijkingreep: als het moet, laten we het dan vooral goed doen. Daar kan
helemaal niemand tegen zijn. De vraag is alleen: hoe doe je het goed?
Volgens mij moeten de plannenmakers en het stadsbestuur beseffen dat ze geen
vrij spel hebben. Het gaat zoals gezegd over de stad van de toekomst. Dit is
geen opdracht voor alleen deskundigen. Er moet voor gezorgd worden dat in
stad en regio enthousiasme groeit voor deze ontwikkelingen. Nog steeds wordt
de dijkingreep als een bedreiging gezien. Daar moeten we vanaf. Bewoners van
Lent, maar ook van elders in de stad, moeten meegenomen worden in een droom
over het nieuwe Nijmegen. Zeker voor de bewoners van Lent betekent dit een
omschakeling. Zij hebben altijd gereageerd vanuit verzet op de dijkingreep
en de Waalsprong. Begrijpelijk. Vaak was dat verzet ook terecht. Maar het is
nu tijd om het verleden te laten rusten. Frustratie leidt tot niets. Daar
krijg je alleen hoofdpijn van.
Vanaf nu moet er alleen nog over een
unieke uitdaging voor de stad en bewoners gesproken worden. Plannenmakers en
stadsbestuur moeten werkelijk met de bewoners in de stad en omgeving in
gesprek gaan over deze projecten. Deze vernieuwing van de Waaloevers moet
een thema in de stad worden. Mijn advies: laat mensen meedromen. Laat zeker
jongeren meespreken, voor hen bouwen we immers verder aan de stad. Zorg voor
lespakketten op scholen. Laat kunstenaars meedenken. Geef hen een plek in de
omgeving van de dijkingreep. Zorg voor tijdelijke ateliers, maak er
ontmoetingsplekken van. Zorg voor wandelingen en excursies door het gebied.
Zet fotografen aan het werk. Vraag de gebroeders Das om Nijmegen anno 2030
te tekenen. Zorg voor praattafels en droombijeenkomsten. De architecten
Liesbeth van de Pol en Lodewijk Baljon hebben bij de ontwikkelingen van hun
plannen voor het westelijk Waalfront laten zien dat je buurtbewoners,
tegenstanders en voorstanders, goed kan laten meedenken. Met als resultaat
dat het plan Koers West is omarmd door de wijk. Het verzet is miniem.
Niks moet te gek zijn om mensen te betrekken bij het meedenken over het nieuwe
Nijmegen. Zet ze in de bus. Rij ze rond in riviersteden in Nederland en
Duitsland. Toon ze de kansen en mislukkingen elders. Als we de
plannenmakerij alleen overlaten aan professionals gaat het mis, vrees ik. Al
sinds 1987 praten we over de Waalsprong. In 2005 maakte de redactie van De
Gelderlander een rondje langs tientallen bewoners aan de overzijde: 'Is dit
Nijmegen?' vroegen we. 'Nee', zei de meerderheid. De mensen leven in de
Betuwe nog steeds 'los van de stad'.
Vroeger in de jaren dertig
van de vorige eeuw gingen Nijmegenaren zwemmen in het Waalbad aan de
overzijde. Elke Nijmegenaar stak wel eens met de kinderen met het pontje
over naar de overkant. Herinner de mensen opnieuw aan die verhalen. Maar
wijs de Lentenaren er op hun beurt op dat ze vroeger zonder de grote stad
niet konden overleven. In de stad zetten ze hun producten af. Veel
Lentenaren hebben ook altijd graag een pilsje gedronken op de Grote Markt,
zoals Nijmegenaren zich thuisvoelden in café De Zon op de Oosterhoutsedijk.
Zelf heb ik jaren geleden ontdekt dat de uiterwaarden aan de overzijde zeker
net zo mooi zijn als in de Ooijpolder, misschien zelfs spannender. Publiceer
hierover. Voor het schetsen van de nieuwe stad in wording zijn in eerste
instantie vooral dromers nodig. De sprong over de Waal heeft nog geen plek
gekregen in het collectieve geheugen van de stadsbewoners. Daarvoor hebben
we nieuwe verhalen nodig. Tenslotte: als er op enig moment een goed verhaal
en plan ligt, dan moeten de stadsbestuurders ook de poot stijf kunnen houden
onder het motto 'we doen het goed of we doen het niet'. Zoals ooit eerder de
19e-eeuwse schil in Nijmegen ontwikkeld en gerealiseerd is. Op kwaliteit mag
je niet interen. Tegelijk moeten er altijd openingen blijven voor
verrassingen bij de ontwikkeling van de nieuwe stad.
- Dit is een
verkorte versie van een verhaal dat redacteur Rob Jaspers afgelopen week
hield bij een debat over de dijkteruglegging in LUX.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties














