Het uitzicht door de ramen is magistraal. Door de knik in de rivier zie je de twee bruggen liggen, de Ooijbocht, de Waalkade en zelfs de donjon. En voor dat plaatje hoef je je zelfs niet voorover te buigen. Het is allemaal zichtbaar vanuit een prettige leunstoel in zijn huiskamer aan de Havenweg.
Theo van Deelen (79) weet dat hij met deze woonplek op de landtong bij de haven een bofferd is. En dat al 46 jaar. Als adjunct-directeur technische zaken bij Honig vond de directie het destijds wel handig dat Theo op een steenworp afstand van het bedrijf ging wonen. Aan de Havenweg 22 stond vanaf 1948 een houten woning. En dat werd het adres van Theo.
Van die beslissing heeft hij nooit spijt gekregen. Al reageert hij tegenwoordig wat minder enthousiast op de Waalbeelden dan vroeger. „Het is gewoontjes geworden“ zegt hij nuchter, „ik zit zelfs heel vaak met de rug naar de rivier.“ Daar heeft hij een ‘technische verklaring’ voor. „Het licht dat binnenvalt vanaf de rivierzijde is heel scherp. Dat is vermoeiend.“
Bij de familie Wendt-Vermeeren vijftig meter verderop is er nog geen sprake van enige Waal-vermoeidheid. Integendeel. „Onze voordeur ligt aan de Havenweg. Maar wij noemen de achterkant van ons huis eigenlijk altijd de voorkant.“ Alois (74) en Riet (70) Wendt hebben hun hele werkzame leven gevaren. Nijmegen was een vast bezoekadres. Hier zaten hun kinderen op het internaat. Ze voeren vaak langs de havenmond op. Alois: „Ik heb altijd gezegd: hier wil ik wonen als ik stop met varen.“ Begin jaren negentig kregen zij de kans een van de voormalige rijkswaterstaatwoningen op de landtong te kopen. „Varen is vrijheid. Hier hebben wij die beleving eveneens. Elke dag passeert hier onze eigen geschiedenis vele tientallen keren.“
Het klotsen van het water, het pruttelen van de motoren van de schepen. Alois en Riet kunnen zich niks prettigers voorstellen. „Ik snap de wens van de mensen die zeggen dat ze aan de Waaloever willen wonen heel goed. Dit is het mooiste plekje van Nijmegen.“
Buurman Theo van Deelen wijst echter ook op enkele negatieve kanten. „De Waal kan ook stinken. En bij hoogwater moet je oppassen. In 1995 stond het water 1,30 meter hoog in de kelder. Zonder pompen hadden we het niet gered.“
Ron Ellenbroek (29) woont pas vier jaar aan de Havenweg. Hij kon met drie studenten het Waalhuisje van zijn tante huren. „Een droomplek. Kon ik er maar blijven zitten.“
Dat laatste zit er voor hem en de anderen aan de Havenweg niet in. Want de ambassadeurs van het wonen aan Waalfront West, zullen op termijn allemaal moeten verhuizen. De landtong krijgt een recreatieve functie. Wonen langs de Waal gebeurt verderop, vooral in appartementen.
De ontwikkeling van Waalfront West mag wat betreft de bewoners van de Havenweg daarom best traag verlopen.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties














