De witgepleisterde boerderij, De Kleine Haag, behoorde mogelijk tot de landerijen van het Burense kasteel. foto William Hoogteyling
TIEL - Fraaie oude panden, soms zonder, vaak met een monumentenstatus. Ze zijn genoeg te vinden in Rivierenland. In de serie oude boerderijen belicht Helma Schouten ditmaal: De Kleine Haag.
De Kleine Haag ligt aan de Kornedijk richting Buurmalsen in de bocht net
buiten de bebouwde kom.
Opvallend witgepleisterd, met topgevels
aan de zijkanten die eindigen in schoorstenen en een rieten dak. Dit pand is
een stuk ouder dan boerderij De Heuf uit de vorige aflevering. Het
achterhuis van De Kleine Haag is na de oorlog afgebroken. Maar de bij het
voormalige boerderijcomplex behorende vrijstaande monumentale vloedschuur is
bewaard gebleven en een bijzonder exemplaar.
Hoe oud het in 1976
gerestaureerde rijksmonument is, is niet bekend. Diepgaand archiefonderzoek
ernaar is nooit gedaan. Wel heeft de Stichting Historisch Boerderij
Onderzoek (SHBO) in de jaren zestig bouwkundig onderzoek uitgevoerd. Met de
conclusie dat de boerderij vroeg zeventiende-eeuws is.
Op de
plattegrond van Buren van Jacob van Deventer, te dateren rond 1560-'65, is
er op deze plek echter ook al bebouwing. Niet duidelijk is of het om een
boerderijcomplex gaat, maar er staan zeker drie gebouwen. De huidige
eigenaar, Jan van Zoelen, vermoedt dat De Kleine Haag ooit een boerderij was
van het verdwenen Burense kasteel. Er is regelmatig om gevochten. Op zijn
erf heeft hij een oude natuurstenen kogel gevonden, gekapt en geraspt met de
hand. Het huis heeft in de loop der tijd diverse verbouwingen ondergaan,
waarbij vrijwel zeker vrijkomend materiaal is gebruikt van het in fasen
gesloopte Burense kasteel. Onder beschadigd stucwerk is te zien dat in de
muur diverse formaten baksteen zijn verwerkt, waaronder middeleeuwse moppen.
Van Zoelen: "Ik heb ook brokken afbraak in de dijk voor ons huis
gevonden. Voornamelijk hardsteen, want dat was niet zo geschikt voor
hergebruik. De kozijnen van de lage ramen op de verdieping zijn van dik
eikenhout. Het zijn afgezaagde kruisvensters. De kelder is ook een keer
verplaatst van de linker- naar de rechterkant van het huis. De muren zijn
zeventig centimeter dik om bestand te zijn tegen de druk van
overstromingswater. Daarom heeft het huis niet alleen een gietijzeren
broodoven beneden, maar ook een op de zolder."
De plattegrond
van de boerderij met achterhuis en vloedschuur was tot de jaren vijftig
gelijk aan die van de eerste kadastrale kaart van 1832. Aan het huis was nog
een aanbouw, mogelijk in gebruik als 'zomerhuis'. Maria Anna van der Lith
was toen eigenaresse en had achter de vloedschuur nog anderhalve hectare
boomgaard en evenveel hooiland. De laatste die op de Kleine Haag geboerd
heeft, was de vader van Jan van Zoelen uit Buurmalsen.
"Geërfd
van Riek Merkens, een tante van mijn moeder. We kwamen er in 1958. Het
achterhuis was al afgebroken net als de twee hooibergen die er stonden. De
opkamers boven de twee aaneengesloten boogkelders waren bij ons in gebruik
als slaapkamer. Tot aan de Hennisdijk was het land van ons. Daar liepen de
melkkoeien. De buitenkant van de dijk langs de Korne hoorde er ook bij tot
en met landje tegenover het huis. Daarnaast hadden we land bij de Treeft en
in het Zoelense veld."
De forse bakstenen vloedschuur met
pannendak lijkt vanaf de weg op een bult te liggen. Maar dat is schijn, want
hier is er grond tegen de op maaiveld staande schuur gezet om het eigen vee
én van omringende boeren boven te krijgen. In de vorige eeuw is er weer een
meter grond afgehaald toen er stuwen in de rivieren kwamen en de vloedschuur
zijn functie verloor.
Ervoor in de plaats kwam een trapje naar de
dubbele halfronde deuren met mooi uitgesneden luchtgaten onderin.
Boven een naoorlogs raam in de zijgevel zit een ingemetseld zandsteentje met
het jaartal 1829. Maar de schuur is ouder. De ongepleisterde wanden zijn
minstens 60 centimeter dik en voornamelijk gemetseld van kloostermoppen.
Hoogstwaarschijnlijk ook afbraakmateriaal van het kasteel. De indeling van het
stalgedeelte is klassiek. Met hoge dubbele deeldeuren en lage halfronde
deurtjes aan weerszijden. Aan de rechterzijde is de voergoot nog aanwezig.
Ook de bergschuur heeft dubbele deuren. Bijzonder is het bintwerk. De vier
gebinten hebben houten toognagels en telmerken. De horizontale balken steken
over aan weerszijden van de stijlen met erop nieuwere balken en planken: de
vloer van de vloedzolder op zo'n tweeënhalve meter hoogte. De gebintvorm van
de begane grond herhaalt zich op de verdieping. Een zogenaamd etagegebint.
Om meer ruimte te creëren is gebruikgemaakt van kromme staanders. De
vloedschuur is in 1990 gerestaureerd en heeft een nieuwe kap gekregen. "
Bijzonder is dat de gebinten van populierenhout zijn", weet de
eigenaar. "Buiten rot dat hout binnen de kortste keren, maar binnen
wordt het keihard. Een spijker sla je er niet in!"
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















