Die naam wordt volgende week gewijzigd, omdat Flipje er immers onderdak krijgt. Voor directeur Alexandra van Steen betekent dat dus flink puzzelen: twee musea (Flipje & Jammuseum en het Streekmuseum) onder één dak. „Het is waanzinnig moeilijk, je moet mensen blijven boeien. Het is heel spannend, je moet aan veel dingen denken. Mensen moeten het aantrekkelijk vinden. Je moet bijvoorbeeld rekening houden met wachttijden en je moet momenten van rust creëren voor de bezoekers.“
De entree is in ieder geval geslaagd. Framboosrode pilaren leiden het publiek naar Flipje, die bovenop een sokkel staat. „Alsof je door een poort loopt en naar de kamer van Flipje gaat. We willen er een speeldoos bij zetten, je krijgt dan een Efteling-effect.“
De ruimte is nu nog kaal, maar over een week is dat anders, vertelt de enthousiaste directeur. „Aan de wand komen Flipje-portretten van verschillende tekenaars en de Flipposcoop komt terug. In de leeszaal kunnen kinderen strips van Flipje lezen. Je ziet veel kamertjes, het geeft een gezellige sfeer. We hopen het gevoel van Flipje op te roepen. We hebben een afdeling over strip als marketing. Dat wordt nogal eens onderschat. Ik ga zelf binnenkort naar Clermont Ferrand om daar het bekende Michelin-mannetje op te halen. Ik heb trouwens zelf ook iets met Flipje. We zouden het nog breder moeten en kunnen aanpakken. “
Flipje krijgt de gehele benedenverdieping, die voor een deel ook bestaat uit de industrie. De maquette van De Betuwe roept herinneringen op aan vervlogen tijden. Tientallen jampotjes worden door vrijwilligers opgestapeld. „We laten daar rood licht opschijnen. Het is dan net of die jampotjes gevuld worden.“
Een lopende band vol teksten geeft een stukje historie prijs. Ook op deze afdeling wil Van Steen de bezoeker boeien. „We willen het proces zo duidelijk mogelijk laten zien. We willen korte informatie geven op bordjes, Onderzoek heeft uitgewezen dat vijf woorden in een zin genoeg is.“ We gaan naar boven, naar het ‘oude’ museum. Maar in plaats van de trap kan er voor het eerst gebruik worden gemaakt van een lift. „Het museum is nu rolstoelvriendelijk. We hebben ook een invalidentoilet. Die lift was een heel probleem, omdat je in een rijksmonument zit. Dankzij Boudewijn Krijger, onze architect, is het gelukt.“
De oude ambachten zijn verdwenen. Deze hebben een plek gekregen in het Heemkundig Museum in Ommeren. Maar er blijft voldoende over. In de stijlzaal loop je zo de achttiende eeuw binnen. En een maquette van Tiel in 1650 geeft je in een oogopslag een idee van lang vervlogen tijden.
Van Steen heeft een doel met het museum. „Het gaat erom om jongeren aan te spreken. Dat kan op allerlei manieren. Een museum wordt vaak als saai ervaren. Het gaat er niet om om zoveel mogelijk mooie dingen te laten zien. Het gaat om de mooie verhalen achter de collectie. Een voorbeeld: op een schilderij staat een dikke man. Dan vertel je over het eetpatroon, dat ze veel moesten overgeven. We hebben een boot gehad met de naam De Stad Tiel en in een een hindoetempel in Birma ligt een klok met die naam erop. Dat zijn mooie verhalen, die blijven hangen. Ik ben docent beeldende kunst en ik zal wel een onderwijzeres blijven. We werken hier ook wel eens met jonge kinderen. Wat is het leuker dan je te verkleden met kleren van vroeger?“
Samen met conservator Peter Schipper is ze bezig met het ontwikkelen van tal van ideeën om het museum nog aantrekkelijker te maken: „We gaan verschillende rondleidingen geven, toegespitst op een doelgroep. Kinderen hebben andere interesses dan volwasenen. Je kunt op langere termijn denken aan audio-rondleidingen.“
Het museum wordt donderdag 21 december officieel geopend en is vanaf vrijdag open voor publiek.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














