Bergers bij de auto die na het fatale ongeluk op de A325 bij Elst uit de sloot werd gehaald.
Volledig scherm
Bergers bij de auto die na het fatale ongeluk op de A325 bij Elst uit de sloot werd gehaald. © Persbureau Heitink

Daarom | Foto van een plek des onheils: voor nabestaanden is het altíjd te confronterend

journalistieke duidingELST - Een foto van de plek des onheils na een ernstig ongeval komt altijd keihard binnen. De plek waar iemand het leven heeft gelaten, blijft voor direct betrokkenen een beladen locatie. Een decor van heel veel leed.

Moet je dat als krant allemaal zo laten zien? Die vraag kregen we naar aanleiding van het plaatsen van beeld van een ongeluk bij Elst dat vorig weekeinde twee inzittenden het leven kostte. Daarop zag je goed waar het gebeurd was en hoe het wrak van de verongelukte auto eruit zag.

 Het op de voorpagina plaatsen van deze foto kon volgens een lezer- een bekende van de slachtoffers- op niets anders wijzen dan dat we 'sensatie zoeken’.  Voor direct betrokkenen zal ieder rationeel tegenargument geen reden zijn. Vanuit hun perspectief is dat meer dan begrijpelijk. Zo’n foto ís pijnlijk. Alles wat herinnert aan het ongeval is confronterend. De auto van een slachtoffer dus ook.  

In de wekelijkse rubriek ‘Daarom‘ legt De Gelderlander uit waarom de redactie bepaalde journalistieke keuzes bij het maken van site en krant heeft gemaakt. Deze week:  publicatie van ongevallenfoto's 

Dat laatste maakt dat journalistieke afwegingen nooit helemaal in de pas zullen lopen met de emoties van nabestaanden. Je houdt als redactie zeker rekening met het leed van een ander, maar deze foto voldeed aan alle prudentie die we bij ongelukkenfoto's in achting nemen.

Hij had - cru gezegd - nieuwswaarde, je zag geen slachtoffers, het kenteken was onzichtbaar en bovenal: dit beeld paste bij de context van het artikel dat we op de maandagochtend na dit ongeval brachten.

Een weekend dat een triest record van in totaal vier overleden verkeersslachtoffers in onze regio telde. Niet sensatie, maar de breed gedeelde zorgen over zoveel doden in het verkeer waren reden voor de publicatie op de voorpagina. Het bijbehorende beeld uit Elst was rauw, maar ook relevant. 

Van veel leed op de wereld publiceren we nieuwsfoto’s.  Op het moment dat dat leed dichtbij komt, in je eigen regio, ligt dat nog gevoeliger. Logisch.  Waar nabestaanden vol emotie en betrokkenheid zitten, moeten  journalisten meer afstand houden. Kijken ze zakelijker naar het nieuws. Anders kan je geen krant en nieuwssite maken.

De kritiek van de nabestaande op onze keuze voor de foto moeten we vooral niet negeren. Die wijst ons erop dat andermans leed nooit een blinde vlek mag worden. En we de vraag 'kan dit?’ telkens hardop ter redactie moeten blijven stellen.  

Niki van der Naald is chef nieuws en online. Zij schrijft over journalistieke keuzes. Vragen? N.vdNaald@gelderlander.nl

  1. Lezers steunen krantenbezorgers: “Stroopwafels aan de deur als blijk van waardering”
    Achter de Schermen

    Lezers steunen krantenbe­zor­gers: “Stroopwa­fels aan de deur als blijk van waardering”

    In Nederland staan elke dag 6000 bezorgers bij het krieken van de dag op om de kranten van DPG Media te bezorgen bij de abonnees. Dat klepperen van de brievenbus is in het dagelijks leven voor veel mensen een vaste waarde en een belangrijk onderdeel van hun ochtendritueel. Opstaan, douchen, ontbijten, mét een verse krant. Zo zijn we dat gewend. Nu het coronavirus Nederland heeft lamgelegd, is de rol van de krantenbezorger nóg belangrijker geworden. De krant is voor veel abonnees een anker, een houvast. En alle zeilen worden bijgezet om die ‘huisvriend’ te blijven bezorgen.