Volledig scherm
Architect Jan Ovink op 24 april 2017 voor het Gelderlanderpand dat hij ontwierp halverwege de jaren vijftig. © Theo Kock

Jan Ovink (97), architect van Gelderlanderpand, overleden

DOETINCHEM - De Doetinchemse architect Jan Ovink is vrijdag 9 februari overleden op 97-jarige leeftijd. Ovink, wiens vader en grootvader ook architect waren, ontwierp in Doetinchem onder meer het Gelderlanderpand in de Grutstraat en het pand waarin Stadscafé Simons zit op het Simonsplein.

Het ouderlijk huis van Ovink stond in de Grutstraat. De woning annex architectenbureau werd verwoest tijdens het bombardement dat Doetinchem op vrijdag 23 maart 1945 trof. Daarvoor was de binnenstad al op 19 en 21 maart getroffen door bommen van geallieerden. Op de plek waar zijn ouderlijk huis stond verrees eind jaren 50 het gebouw dat later bekend werd als het Gelderlanderpand, omdat de krant erin huisde van 1981 tot 2015. 

Sloop

Volledig scherm
Het vroegere gebouw van de PGEM aan de Grutstraat in Doetinchem. Later was het in gebruik als pand van De Gelderlander. © Ecal

Het pand staat op de nominatie om te worden gesloopt. De sloopplannen werden eind april 2017 bekend. Ovink, toen al 96 jaar en nog wonend in Doetinchem, deed er toen zijn zegje over: ,,Mijn ziel zit er in dus ik vind sloop niet leuk.’’

Wel voegde hij eraan toe dat het pand toen al 
was verknald: De Gelderlander had in 1981 het aanzicht van de voorgevel aanzienlijk gewijzigd.  

Ovink woonde de laatste maanden van zijn leven in het zorghotel Gouden Leeuw in Zelhem.

  1. Stadse Fratsen: Buurjongen
    Column

    Stadse Fratsen: Buurjongen

    ,,Wordt-ie net zo goed als Ard en Keessie en gaat-ie later ook naar de Olympische Spelen?'' ,,Dat hopen we natuurlijk wel.'' De vraag wordt gesteld door een tante van mij, zittend aan onze tafel in de woonkamer. Het antwoord komt van de buurvrouw die iets verderop woont aan de weg tussen Baak en Steenderen en deze zondagmiddag ook op bezoek is. De buurvrouw staat in het gat van de deur en is op weg naar huis, maar blijft hangen nu er vragen worden gesteld over haar zoon. Ik - zo jong dat ik nog geen Olympische Spelen bewust heb meegemaakt - zit ook aan tafel en kijk van de tante naar mijn buurvrouw. Met open mond, want Ard en Keessie ken ik van de tv. De buurvrouw vertelt dat Cock, haar zoon, deze vrije zondagmiddag traint in Apeldoorn. Niet op een ijsbaan maar in een flatgebouw. Hij rent de trappen op en wandelt daarna weer kalmpjes naar beneden. Om maar net zulke schaatsspieren te krijgen als Ard en Keessie. Tien jaar later - in 1979, zo ontdekte ik deze week toen ik wat woorden combineerde op google - stap ik samen met een vriend op een zaterdagmorgen in de bus die vertrekt van een plek vlakbij het huis van Cock. De bus is gehuurd door de buurt. De chauffeur brengt ons van Steenderen naar Heerenveen waar het NK Schaatsen voor allrounders wordt gehouden. Cock rijdt rond op de onoverdekte baan van Thialf. We staan laag in een bocht en klappen hard in onze handen als hij voorbij komt. Hij eindigt na twee dagen schaatsen als zestiende. Zo goed als Ard en Keessie is onze buurjongen nooit geworden. Hij heeft de Olympische Spelen ook nimmer gehaald. Maar hij is, denk ik, wel de enige die ik ooit heb gekend die ervan heeft mogen dromen.

In samenwerking met indebuurt Doetinchem

Achterhoek