Joechtern en klasseniern als training voor dictee

videoDOETINCHEM - Om te oefenen voor het Oost-Gelders Streektaal Dictee was er deze week in Doetinchem een heuse training in de correcte spelling van het Achterhoekse en Liemerse dialect. Is het nou woor of waor

,,Je moet opschrijven wat je hoort’’ zegt dialectgoeroe Berd Westerveld aan het begin van de training in de correcte hantering van de WALD-spelling. Het is donderdagmiddag, we zitten in een zaaltje van het ECAL, het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers in Doetinchem. 

Een kleine dertig cursisten zweten op een dictee in het dialect. Half in het Liemers, half in het Achterhoeks. Er worden 29 lange zinnen voorgelezen, die de deelnemers correct moeten opschrijven. Daarna worden ze klassikaal besproken.

Discussie

Het klinkt zo makkelijk, opschrijven wat je hoort. Maar wat hoor je? Neem het woord woor, 'waar' in de betekenis van: waar ben je. Dat wordt in het dictee met oo geschreven, maar menig deelnemer spelt het met ao (waor). Er ontstaat discussie over. Westerveld houdt vol dat oo de juiste spelling is. ,,Het klinkt als oor’’, zegt hij, wijzend op zijn eigen oor. ,,En als het klinkt als oor, schrijf je het als oor.’’

Fonetisch

Zijn woorden zijn wel te begrijpen: de dialecten van de Achterhoek en de Liemers zijn vanouds talen die vooral gesproken worden en veel minder geschreven. Er was nooit een gestandaardiseerde spelling, en dus werd en wordt het Achterhoeks en Liemers grotendeels fonetisch opgeschreven. 

Om toch enige duidelijkheid te scheppen ontwikkelde streekcultuurbeschermer Lex Schaars het WALD, het Woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse Dialecten. Bij Schaars wordt een klank altijd op dezelfde manier geschreven, of hij nou voorkomt in het dialect van Tolkamer of van Varsseveld. Zo ontstaat er toch een standaard schrijfwijze. Om de belangstelling gaande te houden, is er jaarlijks een Oost-Gelders Streektaal Dictee. Dit jaar op donderdag 22 maart in De Gouden Karper in Hummelo. 

In 't vertöchteleke

De zinnen bevatten bijna uitgestorven uitdrukkingen als iets in 't vertöchteleke doen (iets stapsgewijs doen), joechtern (stoeien, donderjagen) en klasseniern (zeuren, klagen). Leuk als cultuurfenomenen, maar ook een beetje gezocht. Voor de deelnemers, zonder uitzondering boven de zestig, is het wellicht een feest der herkenning.

Fanatisme

Wat opvalt is het fanatisme dat sommige deelnemers aan de dag leggen als het gaat om de juiste spelling. ,,Het lijkt wel of mensen, naarmate de globalisering toeneemt, hun eigen cultuur belangrijker gaan vinden’’, zegt Berd Westerveld na afloop. ,,Dat is ook niet erg. Zo lang het maar niet nationalistisch wordt. Zo van: wij zijn beter dan zij.’’

Op woensdag 28 februari om 19.30 uur is er nog een training in het WALD-dialect bij het ECAL. 

Volledig scherm
Volle concentratie bij de deelnemers aan de training. © Jan Ruland van den Brink
  1. Stadse Fratsen: Buurjongen
    Column

    Stadse Fratsen: Buurjongen

    ,,Wordt-ie net zo goed als Ard en Keessie en gaat-ie later ook naar de Olympische Spelen?'' ,,Dat hopen we natuurlijk wel.'' De vraag wordt gesteld door een tante van mij, zittend aan onze tafel in de woonkamer. Het antwoord komt van de buurvrouw die iets verderop woont aan de weg tussen Baak en Steenderen en deze zondagmiddag ook op bezoek is. De buurvrouw staat in het gat van de deur en is op weg naar huis, maar blijft hangen nu er vragen worden gesteld over haar zoon. Ik - zo jong dat ik nog geen Olympische Spelen bewust heb meegemaakt - zit ook aan tafel en kijk van de tante naar mijn buurvrouw. Met open mond, want Ard en Keessie ken ik van de tv. De buurvrouw vertelt dat Cock, haar zoon, deze vrije zondagmiddag traint in Apeldoorn. Niet op een ijsbaan maar in een flatgebouw. Hij rent de trappen op en wandelt daarna weer kalmpjes naar beneden. Om maar net zulke schaatsspieren te krijgen als Ard en Keessie. Tien jaar later - in 1979, zo ontdekte ik deze week toen ik wat woorden combineerde op google - stap ik samen met een vriend op een zaterdagmorgen in de bus die vertrekt van een plek vlakbij het huis van Cock. De bus is gehuurd door de buurt. De chauffeur brengt ons van Steenderen naar Heerenveen waar het NK Schaatsen voor allrounders wordt gehouden. Cock rijdt rond op de onoverdekte baan van Thialf. We staan laag in een bocht en klappen hard in onze handen als hij voorbij komt. Hij eindigt na twee dagen schaatsen als zestiende. Zo goed als Ard en Keessie is onze buurjongen nooit geworden. Hij heeft de Olympische Spelen ook nimmer gehaald. Maar hij is, denk ik, wel de enige die ik ooit heb gekend die ervan heeft mogen dromen.

In samenwerking met indebuurt Doetinchem

Achterhoek