Volledig scherm
PREMIUM

Stadse Fratsen: Lezing

columnLichte verwarring overvalt mij als ik de volle aula van 't Brewinc binnenloop en '1940' hoor. Het zal om een flashback gaan, denk ik. Tot ik begrijp dat Theo Rougoor, degene die de lezing geeft over de bombardementen die Doetinchem maart 1945 troffen, écht pas is gevorderd tot 1940. 

Volledig scherm
© Joost Hoving


Niemand kijkt om als de deur achter mij sluit. Alle stoelen zijn bezet. Er zitten wat mannen in een trapgat. Alle aandacht is gericht op de vroegere geschiedenisleraar die, bijgelicht door een lamp, vanaf het podium zijn verhaal houdt. Als hij niet spreekt is het muisstil.
Ik kom van een andere bijeenkomst. Die liep uit, zodat ik veel te laat ben. Ook ik heb gehoord dat de lezingen van Rougoor berucht zijn om hun lengte. Maar hij is al anderhalf uur bezig. Het zal zo afgelopen zijn, dus blijf ik achterin staan.
Mijn vriendin, die er verstand van heeft, zegt dat een lezing maximaal drie kwartier mag duren. Maar Rougoor kuiert 1941 in en laat later op z'n gemak een film van een paar minuten zien over D-Day. Achteraf hoor ik dat de lezing begon in 1927. Hij moet me nog maar eens uitleggen wat het verband is tussen 1927 en maart 1945. 
Ik heb net mijn gewicht weer verplaatst naar mijn andere been als Rougoor - 2 uur en 40 minuten nadat hij is begonnen - toch nog plotseling eindigt. Met een bezoek van koningin Wilhelmina aan de verwoeste stad. Ze vraagt tussen het puin aan een wethouder of Doetinchem nog wat nodig heeft. ,,Nee majesteit'', zegt de wethouder. ,,Doetinchem redt zichzelf.''
Einde lezing. Er wordt geklapt - niet te lang - en ieder gaat zijns weegs. Volgend jaar zijn ze er allemaal weer voor de ongetwijfeld nóg langere lezing van Theo Rougoor. Ik ga voor een zitplaats.

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.
  1. Stadse Fratsen: Mozaïek
    PREMIUM
    Column

    Stadse Fratsen: Mozaïek

    Iets vaker dan goed voor mij is maak ik tussen de middag een omweg en wandel langs het Gelderlander-pand. Aanvankelijk schiet de sloop niet op maar er is nu weinig meer over van het gebouw waarin ik veertien jaar heb gewerkt. Om het verval te vatten maak ik geregeld een foto met mijn iPhone. Ook dit keer. Als ik later met mijn vingers het beeld vergroot zie ik naast de hoop stenen, de gele grijper en het kale staal in een donkere hoek een mozaïek opduiken, dat ooit kleurrijk moet zijn geweest. Wat het voorstelt weet ik niet. In de periode dat ik in het gebouw werkte heb ik het nooit gezien. Het kunstwerk zat in het kantoor van de chef op de eerste verdieping, verborgen achter een gemetselde muur. Ik ben niet de eerste die het blootgelegde mozaïek ziet. Op Facebook is mijn naam getagd in een bericht. De schrijver heeft er een betere foto van het kunstwerk bijgezet. Daaronder veel reacties. Iemand vraagt of er nog iets te redden is. In de wetenschap dat de slopershamer elk moment kan vallen, verstuur ik de volgende morgen direct na het ontbijt drie appjes. Eén naar de sloper, één naar de pandeigenaar en één naar de wethouder. Of er nog pogingen worden ondernomen de bij toeval gevonden kunst te behouden? Ik verwacht dat ze alle drie pas reageren als de bewuste muur geveld is, met als antwoord: ‘Hè, verdorie, ik zie je appje nu pas'. Maar dat gebeurt niet. Er volgen serieuze reacties. Zo serieus dat ik even denk dat de sloop wordt stilgelegd om het mozaïek uit de puinhopen te redden. Dan krijg ik het definitieve antwoord te horen: ‘De sloop is té ver gevorderd om het mozaïek nog te redden'. Dat klink ongeveer als ‘ik zie je appje nu pas'. Toch heb ik er vrede mee. Het is goed zo.

In samenwerking met indebuurt Doetinchem

Achterhoek