Volledig scherm
© Persbureau van Eijndhoven

Stadse Fratsen: Voetbalhumor

Volledig scherm
© Joost Hoving

Ik heb mijn vriendin uitgelegd waarom ik maandagavond graag kijk naar mannen die praten over voetbal en daarbij foute grappen maken. Gelukkig doet ze er niet moeilijk over.
Bij de voetbalclub in het dorp waar ik vandaan kom, verzamelden we ons onder de luifel van de kantine. We stonden er droog met zicht op het veld. Ideale omstandigheden voor reeksen grappen, waarvan ik me er niet één herinner. Ik lachte alleen maar. En doe dat nog steeds.
Het is moeilijk te zeggen wat voetbalhumor is. Iets van mannen, maar vrouwen kunnen het ook. Zoals de advocate van drie supporters van De Graafschap die ik trof bij de rechtbank. Op beelden was te zien hoe de supporters een biertafel gooiden naar Ajax-supporters. En die gooiden de biertafel terug. Dat deden ze om elkaar te raken. Niets om te lachen dus.
Hoeveel bier de mannen hadden gedronken, vroeg de rechter. Drie, zei de eerste. Vijf, zei de tweede. Een stuk of tien, zei de derde. Op de vraag van de rechter aan de laatste of hij daar geen last van had, luidde het antwoord: ,,Dan moet er wel wat anders gebeuren.'' Praten over bier bracht hem in zijn element.
Maar de rechter was nog niet klaar: ,,Kon u nog wel autorijden?'' ,,Ik kan niet autorijden'', zei de man. ,,Ik heb geen rijbewijs.'' Waarop de advocate - die zich mogelijk even met de mannen in de kroeg waande - zei: ,,Misschien kan hij na die tien biertjes wél autorijden.''
Lachen. Ik natuurlijk ook. Waarna de rechter bestraffend sprak, want het ging om een ernstige zaak.
Er volgden lichte taakstraffen. Ik vermoed dat de supporters en hun advocate er aansluitend een paar op hebben gedronken.

Quote

Praten over bier bracht hem in zijn element

Eerdere columns van Henny

  1. Stadse Fratsen: Buurjongen
    Column

    Stadse Fratsen: Buurjongen

    ,,Wordt-ie net zo goed als Ard en Keessie en gaat-ie later ook naar de Olympische Spelen?'' ,,Dat hopen we natuurlijk wel.'' De vraag wordt gesteld door een tante van mij, zittend aan onze tafel in de woonkamer. Het antwoord komt van de buurvrouw die iets verderop woont aan de weg tussen Baak en Steenderen en deze zondagmiddag ook op bezoek is. De buurvrouw staat in het gat van de deur en is op weg naar huis, maar blijft hangen nu er vragen worden gesteld over haar zoon. Ik - zo jong dat ik nog geen Olympische Spelen bewust heb meegemaakt - zit ook aan tafel en kijk van de tante naar mijn buurvrouw. Met open mond, want Ard en Keessie ken ik van de tv. De buurvrouw vertelt dat Cock, haar zoon, deze vrije zondagmiddag traint in Apeldoorn. Niet op een ijsbaan maar in een flatgebouw. Hij rent de trappen op en wandelt daarna weer kalmpjes naar beneden. Om maar net zulke schaatsspieren te krijgen als Ard en Keessie. Tien jaar later - in 1979, zo ontdekte ik deze week toen ik wat woorden combineerde op google - stap ik samen met een vriend op een zaterdagmorgen in de bus die vertrekt van een plek vlakbij het huis van Cock. De bus is gehuurd door de buurt. De chauffeur brengt ons van Steenderen naar Heerenveen waar het NK Schaatsen voor allrounders wordt gehouden. Cock rijdt rond op de onoverdekte baan van Thialf. We staan laag in een bocht en klappen hard in onze handen als hij voorbij komt. Hij eindigt na twee dagen schaatsen als zestiende. Zo goed als Ard en Keessie is onze buurjongen nooit geworden. Hij heeft de Olympische Spelen ook nimmer gehaald. Maar hij is, denk ik, wel de enige die ik ooit heb gekend die ervan heeft mogen dromen.

In samenwerking met indebuurt Doetinchem

Achterhoek