Volledig scherm
Angelo Derksen (rechts) en Chris Arents bezig met de productie van rookworsten. © DE GELDERLANDER

Wehlse rookworsten gaan als warme broodjes

WEHL - Angelo Derksen uit Wehl kan zijn geluk niet op als hij over zijn vak van ambachtelijk slager praat. Voor het eerst deed hij mee aan Arnhem Rookworststad, de grootste rookworstwedstrijd van Nederland. Hij won meteen. ,,Wat er sindsdien in de zaak is gebeurd, dat had ik niet verwacht."

De rookworst van Derksen was al gewild, maar een opmerking van een nieuwe collega-slager was voor de Wehlenaar het beslissende zetje. ,,Hij zei me dat ik mee moest doen met Arnhem Rookworststad." Deze vakwedstrijd staat hoog aangeschreven in 'slagersland'. ,,Aan commerciële wedstrijden doe ik niet mee, maar deze stelt echt iets voor."

Liefde voor dieren

Het proces van een goede rookworst begint bij de dieren, betoogt hij. ,,Het klinkt raar van een slager, maar ik heb liefde voor de dieren. Ik mag me gelukkig prijzen met de leveranciers die ik heb. Ik vind het ook echt belangrijk te weten onder welke omstandigheden ze geslacht worden." Vroeger spijbelde de kleine Derksen als er thuis op de boerderij geslacht werd. ,,Dat vond ik toen al mooi. Kregen ze me met geen mogelijkheid naar school. Ik heb hier nu 29 jaar de zaak en in het begin slachtten we hier zelf. Door de strengere regels kon dat op een gegeven moment niet meer."

Samen met zijn collega's Dennis Arts en Chris Arends maakte hij de fijne en de grove rookworst, die als winnaars uit de bus kwamen. ,,We zitten hier in Wehl met drie ambachtelijke slagers bij elkaar. Dat is op zich al zeldzaam. Belangrijk zijn het zout, het vlees, de darmen, de kruiden, het drogen en het roken.''

Amsterdam

Sinds de bekendmaking loopt het storm in zijn zaak. ,,Ik heb de afgelopen drie weken net zoveel rookworsten verkocht als normaal in een heel seizoen. Niet normaal, de klanten komen ervoor uit Utrecht, Wageningen en Arnhem. Zelfs uit Amsterdam."

  1. Stadse Fratsen: Radio
    Column

    Stadse Fratsen: Radio

    Ergens hoop ik dat ze het aan de bar van café Herfkens in Baak, het dorp waar ik opgroeide, wel eens over mij hebben. Dat ze bijvoorbeeld zeggen: 'Nooit gedacht dat dat bleue jongetje nog eens stukjes zou schrijven voor de krant.'' Dinsdag loop ik rond kwart voor vier in de middag café Herfkens binnen en constateer dat de kozijnen een likje verf kunnen gebruiken. Eerder die dag ben ik gebeld door iemand van Radio1 of ik in de uitzending wat wil vertellen over bevolkingskrimp in de Achterhoek. Dat zou dan wel ergens ter plekke moeten, maar waar? Baak, zei ik. Zo komt het dat ik even na vier uur midden in Baak, met op de achtergrond de kolossale kathedraal, live op de radio vertel over mijn dorp. Hier voetbalde ik, ging ik naar school en naar de kerk. Ik leg uit dat ik in een klas zat met 23 leerlingen. En dat veertig jaar later in 2011 maar vier kinderen in Baak zijn geboren: drie meisjes en één jongen. Reden voor de voetbalclub - de trots van het dorp - subiet te fuseren met Steenderen, in mijn tijd de aartsrivaal. In de gelagkamer leunt de radioploeg tegen het biljart. Aan de bar zitten vijf of zes gepensioneerde mannen, op gepaste afstand van elkaar. Eén ervan herken ik. Herman, een van de beste klaverjassers die ik ooit heb gekend en de voormalige aanvoerder van ons eerste. Hij voetbalde altijd met een bandage om zijn knie. Herman herkent mij. Ik schud hem de hand en loop dan naar de radioploeg. Uit wat de redacteur van het Hilversumse gezelschap zegt, begrijp ik dat ze al een kort onderhoud met Herman hebben gehad. Ik hoor dat ik daarbij even ter sprake ben gekomen. Een goede voetballer, had Herman gezegd.

In samenwerking met indebuurt Doetinchem

Achterhoek