Volledig scherm
PREMIUM
Annemarie Haverkamp op de plek waar ze haar roman ‘De achtste dag’ schreef. © Annabel Oosteweeghel

Blijdschap vieren in een vreemd land met mensen die ik nauwelijks ken

COLUMN ANNEMARIE HAVERKAMP,,Jij plast snel zeg”, zegt ze. Naast elkaar zitten we gehurkt in het gras. Een week eerder kende ik deze vrouw nog niet. Nu waait dezelfde koude wind onder onze billen langs.

Hier op de steppe van West-Mongolië delen we een rol toiletpapier. We wijzen elkaar op de besneeuwde bergtoppen in de verte. Zie je hoe mooi de schaduw van de wolken over die heuvels valt? Hé kijk, daar staat een paard.

Dit is wat avontuurlijk reizen met een kleine groep zo bijzonder maakt: je deelt intimiteiten die in normale situaties gêne zouden oproepen. Op internet (RTL Nieuws) las ik dat sommige stellen na een jaar nog niet in elkaars nabijheid durven poepen. Daar hebben wij deze week geen last van. Niemand die zich terugtrekt op de wc, om de simpele reden dat er geen wc is. 

Quote

Op internet las ik dat sommige stellen na een jaar nog niet in elkaars nabijheid durven poepen. Daar hebben wij deze week geen last van

Columns