Anwar burgert in: Kalasjnikov

Dat je bij je land hoort en daarvoor wil strijden, is in Syrië heel belangrijk. Toen ik 15 was, kregen we op school één keer per week theorieles over het leger. Dan leerden we hoe we een kalasjnikov moesten onderhouden. Gelukkig heb ik deze kennis nooit nodig gehad.

Tijdens de opleiding industrieel product ontwerpen op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen krijg ik les over de eigenschap van materialen. Een paar weken geleden kwam er tijdens die les een detailfoto voorbij. Ik herkende meteen het magazijn van een kalasjnikov. Toen ik tegen een medestudent zei wat het was, draaide hij zijn hoofd om de foto wat beter te bekijken, maar hij zag het niet. De docent vroeg me: ken je het wapen? Ik voelde me ongemakkelijk en dacht: is dat fout?

Het is niet dat we vroeger thuis een wapen hadden. Dat is net als hier verboden. Alleen in de dorpen waar geen politiebureau in de buurt is, mag het hoofd van een grote familie een wapen hebben. Dit moet wel een lid van de presidentspartij zijn.

Toch kennen alle Syriërs de kalasjnikov beter dan hen lief is. In de oorlog zijn er veel mensen mee gedood. Iedereen kent wel een familielid of buurman die met een Kalasjnikov is omgebracht. Iedereen kent het geluid van het wapen. Hetzelfde geldt voor het geluid van raketten en bommenwerpers. Ieder kind dat uit Syrië komt, weet welk geluid daarbij hoort en zal dat geluid zijn hele leven herkennen.

Deze column komt tot stand met hulp van de redactie.

Columns