Volledig scherm
Lajos van den IJssel geeft zijn hond te eten bij zijn caravan op de Stadsblokken. Zijn vriend op de oranje camping, Paulus Bessem, kijkt toe. Foto: Jan Wamelink

‘De sociale dienst vindt me veel te netjes’

Dinsdag, 14 november 2006 - ARNHEM - Van idyllische camping tot overlevingsplek. De daklozen op de ‘oranje camping’ op de Stadsblokken reiken elkaar de hand nu de herfst definitief zijn intrede heeft gedaan. „Je overleeft het wel, maar het is onmenselijk.“

Hij vertoeft even bij zijn vriendin in Klarendal. Om zich te warmen, te wassen en te scheren. Hij ziet er dan ook keurig uit. „En dat is nu net mijn probleem“, zegt Lajos van den IJssel (37). „De sociale dienst gelooft niet dat ik dakloos ben. Moet ik er dan als een zwerver uitzien? Je nagels verzorgen, wassen en scheren mag blijkbaar niet.“

De afgelopen twee weken moest Van den IJssel, die sinds februari dakloos is, bij de dienst Inwonerszaken van de gemeente Arnhem een nachtregistratieformulier inleveren met daarop exact aangegeven waar hij die week zou slapen. Sinds vrijdag moet hij zich elke dag om drie uur persoonlijk bij de sociale dienst melden. Alleen als hij dat doet, komt hij in aanmerking voor een postadres en kan hij aanspraak maken op een uitkering.

Naar de nachtopvang wil hij niet. „Ik ga niet tussen de junks en alcoholisten slapen die stinken en snurken. Je moet daar de hele nacht opletten dat je je spullen niet kwijtraakt. En bovendien moet ik dan mijn hond wegdoen. Hij is het enige dat ik nog heb. Voor de rest ben ik alles kwijt: mijn kinderen, mijn huis, mijn auto.“

Van den IJssel is sinds begin dit jaar dakloos. Vorig jaar juni werd hij door de eigenaar, van wie hij zijn woning huurde, gesommeerd het pand te verlaten. Het huis werd verbouwd en verkocht. Hij schreef alle Arnhemse woningbouwverenigingen en de wethouder van Volkshuisvesting aan, maar hij kreeg nul op het rekest. Hij zwierf wat rond, kon links en rechts bij vrienden slapen, maar staat sinds februari op straat. Een uitkering krijgt hij niet. „Andere daklozen krijgen van de gemeente een postadres, zodat ze een uitkering kunnen aanvragen. Maar van mij geloven ze niet dat ik buiten slaap. Ik word elke keer weggestuurd.“

Hij sliep in park Sonsbeek, maar sinds vorige week heeft hij een caravan. Weliswaar onverwarmd en zonder elektriciteit, „maar ik heb tenminste nog een dak boven mijn hoofd. Ik heb op internet gezocht en vond daar een caravan die gratis afgehaald kon worden. Anderen op de oranje camping hebben het veel slechter. Die slapen onder een zelfgespannen zeiltje bij een kampvuurtje.“ Af en toe biedt hij onderdak aan een bekende van hem, die ook dakloos is. „Met dit weer laat je die toch niet buiten liggen?“

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.

In samenwerking met indebuurt Arnhem

Arnhem e.o.