Volledig scherm
Renkumer Wielent Harms krijgt in het Arnhemse Openluchtmuseum de versierselen opgespeld die horen bij de E. Bosch van de Kolkprijs. De vakprijs is een initiatief van de Stichting Nederlandse Volksklederdrachten Collectie Koningin Wilhelmina.foto Jan Wamelink

Een eenmansinstituut in klederdracht

26 nov 2007, 03:09 - RENKUM - Voor wie iets wil weten op het gebied van klederdracht, is Wielent Harms uit Renkum de te bellen man.

De zestiger is een erkend eenmanskenniscentrum voor alles wat met streekdracht te maken heeft.

Het besluit hem de 'vakprijs' voor bijzondere inzet voor streekgebonden kleding toe te kennen, wekt daarom geen verbazing. Harms kreeg het bijbehorende bedrag van 3.000 euro zaterdagmiddag uitgereikt in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem.

Harms is in de regio onder meer bekend van de jarenlange kledingshows in het Openluchtmuseum. Dat zijn betrokkenheid bij traditionele kledij ver gaat, blijkt wel uit het verhaal achter het boek Streekdrachten van Overijssel dat binnenkort verschijnt. Een waar monnikenwerk, waaraan hij twintig jaar heeft gewerkt.

Het wordt een bijzonder boek, geeft de auteur aan. Al was het maar omdat tientallen outfits uit de Overijsselse dorpen uit de periode van grofweg 1750 tot 1900 naast elkaar zijn gezet. "De meeste literatuur is veel algemener", legt de Renkumer uit. "Elke streekdracht krijgt daarin een paragraaf."

Harms is diepgravender te werk gegaan. Hij heeft met behulp van prenten en tekst de samenstelling van een groot aantal dorpsdrachten gereconstrueerd. Vervolgens heeft hij bij elkaar passende stukken verzameld. Die zijn in veel gevallen uit verschillende musea gehaald. "Het was soms trekken en duwen, want sommige musea zijn nogal terughoudend."

De in Overijssel geboren en getogen Harms woont naar eigen zeggen 'toevallig' in Renkum. Hij begon zijn hobby ooit met de mutsendoos van zijn schoonmoeder. "Dan denk je op een gegeven moment: 'eigenlijk jammer dat ik de bijpassende kleding mis'. Nog later ga je schoenen verzamelen, enzovoort. Later ben ik ook gaan documenteren en publiceren."

Overijssel en Gelderland, met name de Noord-Veluwe, zijn voor hem dankbare regio's. "Het zijn bolwerken van klederdracht, hoewel het ook hier vijf voor twaalf is. Bij de laatste telling in 2003 waren er in ons land nog 1672 personen die klederdracht droegen en dat aantal daalt snel."

De laatste klederdracht verdween volgens Harms ruim een eeuw geleden uit deze regio. "Alleen in dorpen als Rheden en De Steeg zag je in het begin van de twintigste eeuw nog streekdracht."

In samenwerking met indebuurt Arnhem

Arnhem e.o.