Volledig scherm
Een bejaarde vrouw in een verzorgingstehuis. (Foto ter illustratie) © ANP

Tuchtcollege: verpleeghuis Delfzijl ‘mocht’ 80-jarige Geeske laten verhongeren

De 80-jarige Geeske Heeg overleed vorig jaar in een verpleeghuis in Delfzijl aan verhongering en uitdroging. Haar nabestaanden trokken aan de bel bij het tuchtcollege. Dat bepaalde dat er wel een en ander schortte aan de zorg, maar dat er geen maatregelen nodig zijn. Dat meldt het Dagblad van het Noorden. 

De arts die de demente vrouw behandelde, had niet voetstoots van de verzorgers in tehuis Vliethoven mogen aannemen dat ze afwerend reageerde op voedsel en drinken. Hij had de oorzaak zelf moeten onderzoeken. Dat oordelen het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. 

Weduwnaar Siep en dochter Marjet Heeg dienden klachten in bij de inspectie en het tuchtcollege. Geeske leed aan dementie en weigerde te eten en te drinken, daarom lieten ze haar opnemen in het verpleeghuis. Maar na haar opname in Vliethoven viel ze juist snel verder af en droogde ze uit, waardoor ze op 17 september vorig jaar overleed.

,,We konden de bewoners die in het tehuis wonen maar niet uit ons hoofd zetten’’, zei Marjet Heeg tegen Dagblad van het Noorden. ,,De gedachte dat deze bewoners net als mijn moeder van eten en drinken verstoken zouden blijven, onder het mom dat er geen dwang zou mogen worden toegepast bij afweergedrag, gaf ons het gevoel dat we toch nog iets moesten doen.’’

De arts die is aangeklaagd was de eerste drie weken van Geeskes opname op vakantie en nam daarna zonder onderzoek aan dat ze niet wilde eten en drinken. Daar had hij beter onderzoek naar moeten doen, vond het tuchtcollege. Maar de uitkomst van het onderzoek naar voedselweigering zou toch geen ‘behandelbare oorzaak’ hebben opgeleverd, dus krijgt de arts geen maatregel opgelegd. 

Aandacht

Die klachten zijn bij de medewerkers van De Hoven hard aangekomen, blijkt uit het rapport van de onafhankelijke onderzoeker in opdracht van de inspectie. ,,De onderzoeker acht zowel het perspectief van de familie als van de professionals van Vliethoven begrijpelijk’’, staat in het rapport.

,,De familieleden zijn zich wanhopig gaan voelen omdat ze het gevoel hadden niet gehoord te worden, terwijl ze hun echtgenote of moeder wel hard achteruit zagen gaan. Ze waren onzeker over de zorg. De zorgmedewerkers hebben wel veel zorg, tijd, inzet en aandacht besteed aan het eten en drinken van mevrouw. Ze hebben veel alternatieven geprobeerd. Het is begrijpelijk dat de professionals zich miskend en ondergewaardeerd voelen door de familie. Dat de professionals mevrouw zo snel mogelijk hebben willen laten versterven en dat dit beleid zou zijn van De Hoven, is zeker niet gebleken in dit onderzoek.’’

Dat neemt niet weg dat er van alles te verbeteren was aan de zorg, oordeelt de onderzoeker. Er had meer methodisch gewerkt moeten worden, de afstemming tussen de verschillende zorgverleners kon beter. En er had vooral meer aandacht besteed moeten zijn aan het welbevinden en de samenwerking met de familie.