Lambal wil een tientje

COLUMN REMCO KOCKGisteravond was ik home alone. In onderbroek danste ik door de woonkamer. Ik had te veel drank op, energydrank. Dankzij de vloeibare ADHD verkeerde ik in een heerlijke roes toen de deurbel ging. Het was tien uur. Door het raam keek ik naar beneden, een mij onbekende jongeman zwaaide naar boven. Ik trok een spijkerbroek aan, holde de trap af.

Beneden stond de jongeman, fiets in zijn ene hand, Jumbo-tas in de ander. Ik groette hem, de jongeman begon te vertellen. ,,Ik woon om de hoek, in de Pastoorstraat. Ik heb mezelf buitengesloten.”

De jongeman lachte niet en oogde ook niet in paniek. Ik zweeg.

,,Mijn reservesleutel ligt bij mijn vriendin.” Na een stilte: ,,Ze woont in Doetinchem.”

Ik vroeg wat hij van mij verlangde, het antwoord kon ik raden natuurlijk. ,,Een tientje voor de trein.”

Alarmbellen rinkelden in mijn hoofd, net als een paar maanden eerder. Op het station werd ik aangesproken door een klein kereltje. Of ik een treinkaartje naar Groningen kon financieren, het kereltje had autopech en was zijn portemonnee en mobieltje vergeten.

Na lang twijfelen vond ik het verhaal te sterk en zei: ,,Sorry, ik doe het niet.” Het kereltje reageerde begripvol: ,,Ik had het zelf ook niet gedaan. Maar ik lieg niet.” Ik liep verder met een vervelend, deprimerend gevoel. Dat ik koos voor het niet-helpen en het wantrouwen, zei veel over mijn wereldbeeld.

De jongeman met de fiets en het Jumbo-tasje stond nog steeds voor mijn deur. Om zijn voeten zaten werkschoenen. Toen hij zag dat ik hem van boven tot onder opnam, zei hij over zijn kleding: ,,Ik kom net van mijn werk.”

Geen idee of hij de waarheid sprak, maar ditmaal besloot ik de mensheid het voordeel van de twijfel te gunnen. Ik pakte een tientje, wachtte met de overhandiging.

,,Heb je een ID-kaart of iets dat ik als borg kan krijgen?”

Hij schudde zijn hoofd. ,,Ligt allemaal binnen.”

,,Je fietssleutels?” vroeg ik.

,,De fiets neem ik mee in de trein, zonder kom ik niet bij mijn vriendin in Doetinchem.”

Zuchtend vroeg ik zijn telefoonnummer. Hij noemde tien cijfers, ik tikte ze in. Toen ik mijn telefoon naar mijn oor bracht, zei hij: ,,Mijn mobiel ligt thuis. Ik denk dat ’ie leeg is.” Inderdaad: voicemail.

Alles wees op een leugen, toch gaf ik hem het tientje. Hij zag dat het niet van harte ging. ,,Je kunt me vinden op Facebook”, zei hij, terwijl hij op het punt van verdwijnen stond. Hij noemde een voor- en achternaam. Vanwege die achternaam dacht ik na het dichtdoen van de voordeur direct: OPGELICHT.

Mijn vriendin kwam thuis, ze lachte me uit toen ik over het tientje vertelde. ,,Zijn achternaam is Lambal?” Haar lach verdween toen ze zijn voor- en achternaam op Facebook intikte. Lambal bestond en woonde volgens zijn Facebookprofiel in Arnhem. Dat gaf hoop.

Het is vrijdagmiddag, the day after. Lambal heeft nog niet (aan)gebeld. Voor mijn vertrouwen in de medemens is het belangrijk dat Lambal snel wat van zich laat horen. Voor het verhaal is het geestiger als hij dat, met zijn achternaam, niet doet. 

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.

Columns