Volledig scherm
© GinoPress B.V.

Wageningen had 'snoeimoord' niet kunnen voorkomen

WAGENINGEN/ NIJMEGEN  - De gemeente Wageningen treft geen blaam bij de zogenoemde snoeimoord. Dat stellen onderzoekers van de Radboud Universiteit. Op 7 juni sloeg de 22-jarige Allard B. – deelnemer van een gemeentelijk leerwerkproject in de groenvoorziening – zijn 54-jarige collega Paul Melser dood met een schep.

Zowel slachtoffer Paul Melser als verdachte Allard B. werkten bij Buitenkans, een gemeentelijk leerwerkproject in de groenvoorziening. In een ploeg van vier of vijf mensen doen deelnemers werkervaring in de buitendienst. Ze snoeien  groen, onderhouden plantsoenen, maken containers, straatmeubilair en speeltoestellen schoon. 

Autistisch

Allard B. had een autistisch stoornis en psychiatrische achtergrond. Hij was in maart vanuit de regio Nijmegen naar Wageningen verhuisd. Hij B. vond het werken leuk, maar hele dagen werken viel hem zwaar. Volgens zijn voorman liep B. een rondje als het hem te veel werd. Hij liep eerder weg dan dat hij agressief werd.

Slachtoffer en verdachten werkten al een tijd samen en konden goed met elkaar overweg. Op de fatale dag waren ze aan het werk aan de Gruttoweide in Wageningen. De voorman was samen met iemand even naar de begraafplaats gegaan om iets op te halen. Wat er is voorgevallen, zal 24 januari aan bod komen bij de behandeling van de rechtszaak.

Drama

Na het fatale incident vroeg de gemeente Wageningen onderzoekers van de Radboud Universiteit of het drama voorkomen had kunnen worden. Crisislab – de onderzoeksgroep crisisbeheersing onder leiding van hoogleraar bestuurskunde Ira Helsloot – concludeert dat dat niet het geval was.

Crisislab concludeert dat het een op zich staand incident betrof. Dat er geen enkele aanleiding was te vermoeden dat er iets stond te gebeuren. En dat het niet voorkomen had kunnen worden door anders op te treden.

De Vallei