Volledig scherm
Medewerkers van koekjesfabriek Frijling in Dalfsen. Foto ter illustratie. © Alex Mulder

'Laagopgeleiden zijn de verliezers van deze arbeidsmarkt'

Tien jaar geleden voorspelde onderzoeker Rob Gründemann wat er op de arbeidsmarkt zou gebeuren. Deze week zwaait hij af als lector bij de Hogeschool Utrecht. Conclusie na een decennium: de laagopgeleiden in Nederland krijgen het alleen nog maar moeilijker.

Hoe staat het nu met de Nederlandse arbeidsmarkt?

Rob Gründemann: ,,In mijn afscheid heb ik het over winnaars en verliezers. De winnaars zijn wat mij betreft de hogeropgeleiden. Ze hebben een sterke positie op de arbeidsmarkt en een goed perspectief. Omdat ze de middelen hebben, kunnen ze waarschijnlijk ook eerder stoppen met werken.’’

En de verliezers?

,,De laagopgeleiden, die vaak werken met een flexcontract. De werkgever gebruikt ze een paar jaar en wisselt ze dan in. Ook moeten laagopgeleiden langer doorwerken terwijl ze vaker fysiek zware taken moeten uitvoeren, met gezondheidsklachten tot gevolg. Eerder stoppen met werken lukt vaak niet omdat ze daar het geld niet voor hebben. Als ze eenmaal met pensioen gaan, kunnen ze daar ook nog minder lang van genieten: hun levensverwachting is lager dan die van hoogopgeleiden.’’

Dat is niet het enige. Door de opkomst van de robotisering zullen ongeveer 1 miljoen banen verloren gaan voor middelbaar opgeleid personeel, zo stelt Gründemann. ,,Die werknemers gaan met laagopgeleiden concurreren om banen.’’

Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

,,De crisis heeft een heel grote rol gespeeld, groter dan we hadden voorzien. We hadden er wel op gerekend dat er een crisis zou kunnen ontstaan, maar meestal zie je dat op de middellange en lange termijn de gevolgen afvlakken. Maar de crisis van 2008 was toch anders, veel ingrijpender. Het was de katalysator voor veel ontwikkelingen.’’

Zoals?

,,De afspraak van de overheid om de AOW-leeftijd te verhogen. Normaal gesproken zou zoiets niet zo makkelijk zijn gegaan. Misschien was het helemaal niet gebeurd. Ook de flexibilisering van de arbeidsmarkt is een gevolg van de crisis. We hadden wel voorspeld dat die zou toenemen, maar niet in deze mate. In 2000 had 80 procent van de werkenden nog een vast contract. Nu is het 62 procent, een sterke daling.’’

De vooruitzichten voor laagopgeleiden zijn niet al te positief. Is het tij nog te keren?

,,Ja, door onder meer de flexibilisering in betere banen te leiden. Werkgevers profiteren van het feit dat het goedkoop is iemand aan te nemen op een flexcontract. Zou dat duurder worden, dan zouden meer mensen een vast contract aangeboden krijgen. Voor zzp’ers geldt dat er ondernemers tussen zitten die dat zelf willen zijn, maar ook mensen die door omstandigheden gedwongen worden. Het moet voor werkgevers duurder worden om een zzp’er aan te trekken dan een vast contract te geven, bijvoorbeeld door een minimaal uurtarief in te voeren.’’

Ontwikkelingen als de robotisering lijken niet te stoppen. Wat doen we daaraan?

,,De robot hoeft de mens niet altijd te vervangen. Binnen sectoren en met hulp van de overheid moet gekeken worden hoe robot en mens elkaar kunnen aanvullen in het werk. Robots kunnen taken overnemen van medewerkers, waardoor ze voor iets anders beschikbaar worden. Robots kunnen zware fysieke taken op zich nemen, waardoor oudere werknemers langer actief kunnen blijven.’’

Volledig scherm
Rob Gründemann neemt afscheid als lector bij de Hogeschool Utrecht. © Hogeschool Utrecht

Welke verwachtingen over de arbeidsmarkt zijn inderdaad uitgekomen?

,,We verwachtten dat de betekenis die we hechten aan betaalde arbeid zou veranderen. Dat is gebeurd. Zaken als gezin, vrije tijd en tijd doorbrengen met vrienden en familie worden belangrijker gevonden. Je ziet bij jongeren dat ze veel aandacht hebben voor het bewaren van de werk-privé balans. Zij geven ook aan dat ze bereid zijn minder te werken om hierop te letten. Gezien het feit dat zij waarschijnlijk tot hun 70ste moeten doorwerken, is dat logisch. Je houdt dat alleen vol als je zorgvuldig omgaat met de belasting van het werk, en af en toe ook tijd neemt voor andere zaken.’’

Waar moet de Nederlandse werknemer in de toekomst op letten?

,,We worden steeds meer een samenleving waarin we een leven lang moeten leren. Kennis veroudert steeds sneller. Als studenten afstuderen, is een deel van wat ze hebben geleerd al achterhaald. Om relevant te blijven op de arbeidsmarkt moet je je dus blijven ontwikkelen. Van tijd tot tijd moet je kennis en competenties bijtanken.’’

Wat verwacht u van de komende jaren?

,,Wat ik de afgelopen tien jaar geleerd heb, is dat het toch heel moeilijk is iets te voorspellen. In de toekomst liggen dingen verscholen die we nu nog niet zien aankomen. De effecten daarvan weten we nog niet, maar dat maakt het ook wel leuk.’’

Vertelt u over tien jaar weer over hoe het is gegaan met de arbeidsmarkt?

,,Ja, dat hoop ik wel. Ik ben 66 en moet met pensioen, maar voel me nog te jong. Natuurlijk moet je op een bepaalde leeftijd een stapje terugdoen. Ik ga ook minder doen. Maar stoppen met werken wil ik niet. Daarvoor beleef ik er nog te veel plezier aan.’’    

Lees de beste artikelen op het gebied van werk en carrière via onze wekelijkse nieuwsbrief