Bossen in Oost-Nederland broedplaats voor teken: lange broek aan op pad

Met name in het oosten van het land heb je grote kans om de ziekte van Lyme door een tekenbeet op te lopen. Dat blijkt uit een overzicht van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid. In bosrijke gebieden is sprake van de sterkste stijging van het aantal slachtoffers van het minuscule beestje.

Het aantal mensen met de ziekte van Lyme is in ruim twintig jaar tijd verviervoudigd. Afgelopen jaar meldden 25,5 duizend mensen zich na een tekenbeet met een ring- of vlekvormige huiduitslag, het eerste teken van de ziekte van Lyme. Dat blijkt uit de meest recente cijfers van het RIVM.

Controleren

Volledig scherm
Zo klein is een teek. © ANP

In het noordoosten is het aantal mensen met Lyme fors hoger dan in de rest van het land. Op Hemelvaartsdag is het vooral in dat deel van het land traditie om te gaan dauwtrappen: mensen trekken er dan vroeg op uit voor een wandeling of fietstocht door de natuur. Dit is volgens een woordvoerder van Tekenradar een moment om extra te controleren op teken. Die zijn namelijk vooral in de lente en zomer actief in natte natuurgebieden.

De kleine zwarte beestjes bijten zich vast in je huid en voeden zich met bloed. Door het speeksel van het beestje kan het de bacterie overdragen die Lyme veroorzaakt. De toename van het aantal teken in Nederland is volgens Kees van den Wijngaard, onderzoeker van het RIVM, een van de belangrijkste redenen voor de toename van het aantal mensen met Lyme.

Concentratie

Volgens de onderzoeker is het grote aantal mensen met Lyme in het noordoosten te verklaren door de natuurgebieden daar. Teken leven namelijk in natuurgebieden met een vochtige bodem en die zijn er veel in Drenthe, Overijssel en delen van Gelderland. Hij geeft daarbij wel een kanttekening: ,,De verspreiding van Lyme is een samenkomst van teken en mensen. Als ergens heel veel teken zijn, maar geen mensen, dan krijgt niemand de ziekte van Lyme."

20% is drager

Van de mensen die door een teek gebeten worden, wordt ongeveer twee tot drie procent besmet met de ziekte van Lyme. Wanneer de teek binnen 24 uur na de beet wordt verwijderd of als iemand een heel sterk afweersysteem heeft, kan het zijn dat het lichaam de bacterie zelf overwint. Daarnaast is niet elke teek besmet. Volgens de onderzoeker draagt ongeveer twintig procent van de teken de bacterie bij zich die Lyme veroorzaakt. Wanneer de ziekte niet snel wordt ontdekt, kan de bacterie onder andere zorgen voor zenuwpijn en -uitval en gewrichts-, huid- of hartklachten.

Staatsbosbeheer heeft een dossier over de teek en de ziekte van Lyme. Daarin wordt gewaarschuwd om 'niet te bloot gekleed' de natuur in te gaan en om (vooral kinderen)  na een wandeling een controle te houden op het lichaam op aanwezigheid van het diertje.

Volledig scherm
Deze vergelijking tot de groei van het aantal gevallen van Lyme in Nederland. © Rijksoverheid
De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.
  1. Stadse Fratsen: Kerstkaart
    PREMIUM
    Column

    Stadse Fratsen: Kerstkaart

    Nu ik er goed over nadenk komen er bij mij eigenlijk niet eens zo heel veel mensen over de vloer. Wekelijks een vrouw die de boel aan kant houdt, maar die komt altijd als ik er niet ben. Pas nog een vriend van me die de tuin doet. Soms mijn buurman. Wat langer geleden twee mannen die een boekenkast in elkaar zetten. En natuurlijk mijn vriendin, al ben ik meestal bij haar. Maar vorige week waren er op een avond ineens vier dames. Mijn vriendin en drie vriendinnen van haar. Mijn huis was de plek van samenkomst want ze gingen een verrassingsbezoek brengen aan mijn buurvrouw, die weer van alle vier een vriendin is. Met tussenpozen kwamen ze aangezet. Mijn vriendin als eerste. Voor de tweede werd een stoel aangeschoven en even later voor de derde ook. Ik maakte thee. Toen ik goed en wel weer zat zei de derde dame: ,,Gôh, de eerste kerstkaart is er al weer.'' Er staat inderdaad een kerstkaart op mijn schoorsteenmantel. Mij viel hij al niet meer op maar mijn vriendin had me er pas nog op gewezen. Kan misschien wel een keer weg, had ze er aan toegevoegd. Maar ik had er geen aandacht aan geschonken. De laatste vrouw kwam binnen. Ze bleef staan want ze wilde direct door naar de buurvrouw. Thee hoefde ze ook niet. Wel scande ze snel, zoals vrouwen dat dus kunnen, de woonkamer en zei: ,,Ze zijn vroeg dit jaar, de kerstkaarten.'' Ik pakte de kerstkaart van de schoorsteenmantel want ik begon me af te vragen wie de kaart ook al weer had gestuurd. Tante, natuurlijk. Tante was de enige die me vorig jaar over de post een kerstkaart stuurde. Dit jaar krijg ik er vermoedelijk geen een, want ze is er niet meer. Ik denk dat ik de kaart maar laat staan.

In samenwerking met indebuurt Doetinchem

Achterhoek