Volledig scherm
Erik Hagelstein. Foto: Jan van den Brink

Column Erik Hagelstein: Talententuin

DOETINCHEM - De Achterhoek is één grote talententuin, constateert columnist Erik Hagelstein maandag in De Gelderlander editie Achterhoek.

In het kader van de Week van de Leefbaarheid is zijn column ook online te lezen. Buurjongen Jelle is één van de 800 bezoekers van de Talententuin in het ICER-gebouw op het terrein van de DRU Cultuurfabriek in Ulft. Tientallen moderne Achterhoekse bedrijven presenteren zich aan studenten uit de regio en bieden een stageplek aan. Of meer. In mijn nimmer aflatende en zelden succesvolle ijver om gevat te zijn zeg ik: "Jelle, je hebt de uitnodiging niet goed gelezen. Ze zijn op zoek naar toptalenten." Hij geeft geen krimp. "Hé buurman, wat doe jij hier? Dit is toch bedoeld voor jonge mensen?"

Vitale economie
Ik heb de laatste tijd veel contact met Achterhoekse bedrijven. Tot voor kort had ik amper benul van wat er op technologisch gebied allemaal gebeurt in onze regio. En hoeveel diamantjes er schitteren in onze maakindustrie. Die ondernemingen gaan de demografische gevolgen van de krimp niet opvangen. En ze slagen er evenmin in de leefbaarheid in dorpen en buurtschappen in stand te houden. Maar ze spelen wel een cruciale rol in de vitale economie die we hard nodig hebben. Al is het maar omdat ze een plek bieden aan talentvolle jongeren die in de regio willen blijven.

Toekomst in Achterhoek?
Jelle rijdt mee terug naar huis. Of zijn toekomst in de Achterhoek ligt weet ik niet. Onderweg zegt hij: "Heb ik je al verteld dat ik een half jaar in Zweden ga studeren? Ik vertrek de eerste week van januari." Ik ken de prognoses over boerderijen en stallen die leeg komen te staan. Over de vergrijzing, de leegloop op het platteland. Je wordt er niet vrolijk van. Van somberheid wordt niemand beter. Vandaar dat inwoners van buurtschappen zich verenigen om voorzieningen in stand te houden. Vandaar ook dat bedrijven zich inspannen om jongeren als Jelle aan zich te binden. De Achterhoek is zoetjesaan één grote talententuin.

  1. Stadse Fratsen: Radio
    Column

    Stadse Fratsen: Radio

    Ergens hoop ik dat ze het aan de bar van café Herfkens in Baak, het dorp waar ik opgroeide, wel eens over mij hebben. Dat ze bijvoorbeeld zeggen: 'Nooit gedacht dat dat bleue jongetje nog eens stukjes zou schrijven voor de krant.'' Dinsdag loop ik rond kwart voor vier in de middag café Herfkens binnen en constateer dat de kozijnen een likje verf kunnen gebruiken. Eerder die dag ben ik gebeld door iemand van Radio1 of ik in de uitzending wat wil vertellen over bevolkingskrimp in de Achterhoek. Dat zou dan wel ergens ter plekke moeten, maar waar? Baak, zei ik. Zo komt het dat ik even na vier uur midden in Baak, met op de achtergrond de kolossale kathedraal, live op de radio vertel over mijn dorp. Hier voetbalde ik, ging ik naar school en naar de kerk. Ik leg uit dat ik in een klas zat met 23 leerlingen. En dat veertig jaar later in 2011 maar vier kinderen in Baak zijn geboren: drie meisjes en één jongen. Reden voor de voetbalclub - de trots van het dorp - subiet te fuseren met Steenderen, in mijn tijd de aartsrivaal. In de gelagkamer leunt de radioploeg tegen het biljart. Aan de bar zitten vijf of zes gepensioneerde mannen, op gepaste afstand van elkaar. Eén ervan herken ik. Herman, een van de beste klaverjassers die ik ooit heb gekend en de voormalige aanvoerder van ons eerste. Hij voetbalde altijd met een bandage om zijn knie. Herman herkent mij. Ik schud hem de hand en loop dan naar de radioploeg. Uit wat de redacteur van het Hilversumse gezelschap zegt, begrijp ik dat ze al een kort onderhoud met Herman hebben gehad. Ik hoor dat ik daarbij even ter sprake ben gekomen. Een goede voetballer, had Herman gezegd.

In samenwerking met indebuurt Doetinchem

Achterhoek