Volledig scherm
© Theo Kock

Krimpregio Achterhoek groeit door komst vluchtelingen

DOETINCHEM/ WINTERSWIJK - De komst van vluchtelingen naar deze regio heeft tot gevolg dat het aantal inwoners van de acht Achterhoekse gemeenten voor het tweede achtereenvolgende jaar stijgt. Doetinchem en Montferland waren ook zonder de toestroom van statushouders (respectievelijk 147 en 105) gestegen.

Doetinchem is de grootste stijger in de Achterhoek met plus 255 inwoners, Montferland is een opmerkelijk tweede met 153 extra inwoners. Dat Doetinchem stijgt is te verklaren uit het gegeven dat mensen geneigd zijn van het platteland naar de stad te trekken, onder meer vanwege betere voorzieningen.

Montferland stijgt al voor het vierde jaar op rij qua inwoners.

Nederland
Op 1 januari 2017 waren er in de acht Achterhoekse gemeenten 222 meer inwoners dan een jaar eerder. Totaal wonen er nu 298.202 mensen in de Achterhoek. Eerder deze week werd bekend dat Nederland afgelopen jaar door de komst van vluchtelingen met ongeveer 110.000 inwoners is gestegen.

Toch nog krimp
De komst van vluchtelingen vertroebelt enigszins het zicht op de stand van zaken qua bevolkingskrimp in de Achterhoek. Zeker is dat Winterswijk, Bronckhorst, Oude IJsselstreek en Berkelland ondanks de komst van vluchtelingen minder inwoners heeft. Winterswijk telt 23 inwoners minder dan een jaar geleden, Bronckhorst 92 en Oude IJsselstreek 86.

Berkelland daalde zelfs met 207 inwoners. Dat komt onder meer omdat de vluchtelingenopvang in Borculo (met plek voor 130 minderjarige vluchtelingen met een verblijfsvergunning) in 2016 sloot.

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.
  1. Stadse Fratsen: Mozaïek
    PREMIUM
    Column

    Stadse Fratsen: Mozaïek

    Iets vaker dan goed voor mij is maak ik tussen de middag een omweg en wandel langs het Gelderlander-pand. Aanvankelijk schiet de sloop niet op maar er is nu weinig meer over van het gebouw waarin ik veertien jaar heb gewerkt. Om het verval te vatten maak ik geregeld een foto met mijn iPhone. Ook dit keer. Als ik later met mijn vingers het beeld vergroot zie ik naast de hoop stenen, de gele grijper en het kale staal in een donkere hoek een mozaïek opduiken, dat ooit kleurrijk moet zijn geweest. Wat het voorstelt weet ik niet. In de periode dat ik in het gebouw werkte heb ik het nooit gezien. Het kunstwerk zat in het kantoor van de chef op de eerste verdieping, verborgen achter een gemetselde muur. Ik ben niet de eerste die het blootgelegde mozaïek ziet. Op Facebook is mijn naam getagd in een bericht. De schrijver heeft er een betere foto van het kunstwerk bijgezet. Daaronder veel reacties. Iemand vraagt of er nog iets te redden is. In de wetenschap dat de slopershamer elk moment kan vallen, verstuur ik de volgende morgen direct na het ontbijt drie appjes. Eén naar de sloper, één naar de pandeigenaar en één naar de wethouder. Of er nog pogingen worden ondernomen de bij toeval gevonden kunst te behouden? Ik verwacht dat ze alle drie pas reageren als de bewuste muur geveld is, met als antwoord: ‘Hè, verdorie, ik zie je appje nu pas'. Maar dat gebeurt niet. Er volgen serieuze reacties. Zo serieus dat ik even denk dat de sloop wordt stilgelegd om het mozaïek uit de puinhopen te redden. Dan krijg ik het definitieve antwoord te horen: ‘De sloop is té ver gevorderd om het mozaïek nog te redden'. Dat klink ongeveer als ‘ik zie je appje nu pas'. Toch heb ik er vrede mee. Het is goed zo.

In samenwerking met indebuurt Doetinchem

Achterhoek