Volledig scherm
PREMIUM
Soldaat Haggeman (rechts) met zijn maten, gemobiliseerd voor de slag op de Grebbeberg. © Jack Huntjens

Stadse Fratsen: Soldaat Haggeman

ColumnEven zag het er naar uit dat ik soldaat zou worden. Met de bus naar Deventer om daar in de kazerne, niet ver van het station, goedgekeurd te worden door een arts. Die maalde niet om mijn toen al kromme rug, mijn wat slappe karakter - dat zou best goed komen in het leger - en spillebenen.'

Familieleden hadden wel door dat de titel van mijn verhalenbundel De laatste dagen van soldaat Haggeman niet op mij slaat. Gaat zeker over opa, stelde een nicht op Facebook. Opa was een mannetjesputter. Die deed niets liever dan vertellen over zijn jaren als huzaar bij de Gele Rijders, toen hij gemobiliseerd was tijdens de Eerste Wereldoorlog. 

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.
  1. Stadse Fratsen: Scoren na de Z van Zorro
    PREMIUM
    Column

    Stadse Fratsen: Scoren na de Z van Zorro

    Kom ik er net achter dat ik iemand ken - de naamgever van een broodjeszaak in de binnenstad - die is gepasseerd door Johan Cruijff. Het is de dag nadat Ajax in Doetinchem kampioen is geworden. Ik weet dat de roots van de man in Amsterdam liggen en vraag hoe hij het heeft beleefd. Het antwoord in sappig Mokums luidt dat het hem niet veel doet: ,,Ik speelde als amateur altijd tégen Ajax.” Zelf voetbalde ik ooit tegen - ‘Knakkie’ - Dick Schneider. De oud-international van Feyenoord was in zijn nadagen bij Zutphen in de onderbond beland en regeerde daar als een vorst. We speelden thuis in Baak en er was wat extra volk op afgekomen. Zo vaak zagen we bij ons in het dorp immers geen international. En zeker niet op het voetbalveld. De hele wedstrijd deed Schneider niets bijzonders, behalve dan dat hij als libero alles potdicht hield. Omdat ik ook verdediger was, kwam ik niet bij hem in de buurt. Wel vielen mij van een afstandje zijn kolossale bovenbenen op. De enige keer dat Knakkie naar voren kwam, was toen Zutphen na rust een strafschop kreeg. Vanaf elf meter schoot hij, halfhoog, onberispelijk in. Het was het enige doelpunt in de wedstrijd. De naamgever van de broodjeszaak zegt voor de keus te hebben gestaan: doelman worden achter Jan Jongbloed bij DWS (die andere Amsterdamse profclub) of bij zijn amateurclub blijven, met een bestaan als bakker in het vooruitzicht. Hij koos voor het laatste. Maar speelde met zijn amateurclub op het bijveld van stadion De Meer wel soms een oefenwedstrijd tegen Ajax. Ik vraag hem of hij zich het doelpunt herinnert dat Cruijff tegen hem scoorde. Hij maakt - net als vroeger de tv-held Zorro - een Z in de lucht. ,,Ineens stond-ie voor me”, zegt hij. Met een boog vloog de bal over zijn hoofd in het doel.

In samenwerking met indebuurt Doetinchem

Achterhoek