Volledig scherm

Stadse Fratsen: Geza

Volledig scherm
© Joost Hoving

In de dakloze met de gaten in de broek die ik bijna dagelijks tegenkwam in de binnenstad, heb ik nooit de handbalkeeper van Erix 2 uit Lievelde gezien. Toch was Geza Hamori dat. Best een goede keeper. En soms zo boos op zijn verdedigers dat hij van het veld liep.
Een paar dagen na zijn dood krijg ik een tweet van een oud-medespeler met een krantenbericht en een foto uit maart 1985. Daarop het team van Erix 2. De keeper herken ik niet. Maar in het onderschrift staat de naam Geza Hamori. Hij wordt omgeven door oer-Achterhoekers als Bokkers, Eggink en Tankink.
Hamori woonde in Lichtenvoorde. Over zijn vlucht 30 jaar daarvoor uit Hongarije - waar ze trouwens nog altijd erg goed handballen - praatte hij nooit. Zijn baan raakte hij kwijt en, naar het schijnt, ook zijn vrouw. Verder was er alleen handbal. Tot hij zijn huur niet meer kon betalen en op straat belandde.
Tijdens de vele malen dat ik hem tegenkwam in de binnenstad zag ik één keer zijn blik verstrakken. Dat was toen een nieuwe dakloze voorbijkwam. Een man die zijn haar nog redelijk gekamd had en aan wie nog niet zo goed te zien was dat hij op straat leefde. Hamori's ogen toonden geen mededogen. Wel herkenning.
Maar dat hij deugde, maak ik op uit een appje van een collega. Ze viel eens met fiets, kind én zware boodschappentassen. De dakloze met de kapotte broek hielp haar overeind.
Zelf sprak ik hem nooit. Hij stond vaak in het portaal voor ons kantoor en ik had hem best een keer koffie kunnen aanbieden. Maar iets weerhield me. Het was denk ik de boosheid waarmee hij bij Erix 2 van het speelveld liep. En later ook van de wereld.

Quote

Over zijn vlucht uit Hongarije praatte hij nooit

Eerdere columns van Henny

  1. Stadse Fratsen: Buurjongen
    Column

    Stadse Fratsen: Buurjongen

    ,,Wordt-ie net zo goed als Ard en Keessie en gaat-ie later ook naar de Olympische Spelen?'' ,,Dat hopen we natuurlijk wel.'' De vraag wordt gesteld door een tante van mij, zittend aan onze tafel in de woonkamer. Het antwoord komt van de buurvrouw die iets verderop woont aan de weg tussen Baak en Steenderen en deze zondagmiddag ook op bezoek is. De buurvrouw staat in het gat van de deur en is op weg naar huis, maar blijft hangen nu er vragen worden gesteld over haar zoon. Ik - zo jong dat ik nog geen Olympische Spelen bewust heb meegemaakt - zit ook aan tafel en kijk van de tante naar mijn buurvrouw. Met open mond, want Ard en Keessie ken ik van de tv. De buurvrouw vertelt dat Cock, haar zoon, deze vrije zondagmiddag traint in Apeldoorn. Niet op een ijsbaan maar in een flatgebouw. Hij rent de trappen op en wandelt daarna weer kalmpjes naar beneden. Om maar net zulke schaatsspieren te krijgen als Ard en Keessie. Tien jaar later - in 1979, zo ontdekte ik deze week toen ik wat woorden combineerde op google - stap ik samen met een vriend op een zaterdagmorgen in de bus die vertrekt van een plek vlakbij het huis van Cock. De bus is gehuurd door de buurt. De chauffeur brengt ons van Steenderen naar Heerenveen waar het NK Schaatsen voor allrounders wordt gehouden. Cock rijdt rond op de onoverdekte baan van Thialf. We staan laag in een bocht en klappen hard in onze handen als hij voorbij komt. Hij eindigt na twee dagen schaatsen als zestiende. Zo goed als Ard en Keessie is onze buurjongen nooit geworden. Hij heeft de Olympische Spelen ook nimmer gehaald. Maar hij is, denk ik, wel de enige die ik ooit heb gekend die ervan heeft mogen dromen.

In samenwerking met indebuurt Doetinchem

Achterhoek