Volledig scherm
© DG

Stadse Fratsen: Klacht

Volledig scherm
© Joost Hoving

De krant is niet bezorgd, zegt de beller. Hij voegt er aan toe dat het de krant van zijn buurman betreft, die op vakantie is en die hij zolang leest. Daar zal de buurman niet blij mee zijn, vermoedt hij: ,,Ik denk dat het abonnement wordt opgezegd.''
Het is zaterdagmorgen. Ik heb weekenddienst en zit alleen op de redactie. Wij verslaggevers gaan niet over de bezorging maar dat interesseert lezers niet die vergeefs de gang naar de brievenbus maakten: die bellen het redactienummer. Ik weet dat de paar telefoontjes die binnen komen gaan over bezorging. Toch neem ik op.  
I
k zeg dat ik het spijtig zou vinden als de buurman de krant opzegt maar dat ik hem niet kan helpen. We beëindigen het gesprek. Dan bedenk ik me dat ik op pad moet voor een klus en onderweg daar naar toe de krant best even bij de man kan brengen. Niet om een abonnement te redden maar om iemand een plezier te doen. Dus ik bel de man terug, vraag zijn adres en zeg dat ik de krant in zijn bus gooi. 
Even later rijd ik de wijk binnen en stap uit met de krant in mijn hand. Er komt een man aangefietst, gekleed in een groene jas. Het blijkt de man die heeft gebeld. Hij is niet onaardig. Maar als ik hem de krant aanreik, pakt hij die niet aan. Hij zegt dat hij die morgen - na het aanschouwen van buurmans lege bus - zelf al een exemplaar heeft gekocht. De wereld niet helemaal meer begrijpend reik ik hem nogmaals de krant aan. Opnieuw vergeefs. 
Ik zie af van de vraag waarom hij heeft gebeld terwijl hij al een krant had en stap in de auto. Na onderweg de gang van zaken op een rijtje te hebben gezet bedenk ik dat we clementie moeten hebben met mensen die klagen. Zelfs als ze geen abonnement hebben. 

Quote

Ik denk dat het abonnement wordt opgezegd

Eerdere columns Henny

  1. Stadse Fratsen: Buurjongen
    Column

    Stadse Fratsen: Buurjongen

    ,,Wordt-ie net zo goed als Ard en Keessie en gaat-ie later ook naar de Olympische Spelen?'' ,,Dat hopen we natuurlijk wel.'' De vraag wordt gesteld door een tante van mij, zittend aan onze tafel in de woonkamer. Het antwoord komt van de buurvrouw die iets verderop woont aan de weg tussen Baak en Steenderen en deze zondagmiddag ook op bezoek is. De buurvrouw staat in het gat van de deur en is op weg naar huis, maar blijft hangen nu er vragen worden gesteld over haar zoon. Ik - zo jong dat ik nog geen Olympische Spelen bewust heb meegemaakt - zit ook aan tafel en kijk van de tante naar mijn buurvrouw. Met open mond, want Ard en Keessie ken ik van de tv. De buurvrouw vertelt dat Cock, haar zoon, deze vrije zondagmiddag traint in Apeldoorn. Niet op een ijsbaan maar in een flatgebouw. Hij rent de trappen op en wandelt daarna weer kalmpjes naar beneden. Om maar net zulke schaatsspieren te krijgen als Ard en Keessie. Tien jaar later - in 1979, zo ontdekte ik deze week toen ik wat woorden combineerde op google - stap ik samen met een vriend op een zaterdagmorgen in de bus die vertrekt van een plek vlakbij het huis van Cock. De bus is gehuurd door de buurt. De chauffeur brengt ons van Steenderen naar Heerenveen waar het NK Schaatsen voor allrounders wordt gehouden. Cock rijdt rond op de onoverdekte baan van Thialf. We staan laag in een bocht en klappen hard in onze handen als hij voorbij komt. Hij eindigt na twee dagen schaatsen als zestiende. Zo goed als Ard en Keessie is onze buurjongen nooit geworden. Hij heeft de Olympische Spelen ook nimmer gehaald. Maar hij is, denk ik, wel de enige die ik ooit heb gekend die ervan heeft mogen dromen.

In samenwerking met indebuurt Doetinchem

Achterhoek