Volledig scherm
© DG

Stadse Fratsen: Radio

Volledig scherm
© Joost Hoving

Ergens hoop ik dat ze het aan de bar van café Herfkens in Baak, het dorp waar ik opgroeide, wel eens over mij hebben. Dat ze bijvoorbeeld zeggen: 'Nooit gedacht dat dat bleue jongetje nog eens stukjes zou schrijven voor de krant.'' 
Dinsdag loop ik rond kwart voor vier in de middag café Herfkens binnen en constateer dat de kozijnen een likje verf kunnen gebruiken. Eerder die dag ben ik gebeld door iemand van Radio1 of ik in de uitzending wat wil vertellen over bevolkingskrimp in de Achterhoek. Dat zou dan wel ergens ter plekke moeten, maar waar?  Baak, zei ik. 
Zo komt het dat ik even na vier uur midden in Baak, met op de achtergrond de kolossale kathedraal, live op de radio vertel over mijn dorp. Hier voetbalde ik, ging ik naar school en naar de kerk. Ik leg uit dat ik in een klas zat met 23 leerlingen. En dat veertig jaar later in 2011 maar vier kinderen in Baak zijn geboren: drie meisjes en één jongen. Reden voor de voetbalclub - de trots van het dorp - subiet te fuseren met Steenderen, in mijn tijd de aartsrivaal. 
In de gelagkamer leunt de radioploeg tegen het biljart. Aan de bar zitten vijf of zes gepensioneerde mannen, op gepaste afstand van elkaar. Eén ervan herken ik. Herman, een van de beste klaverjassers die ik ooit heb gekend en de voormalige aanvoerder van ons eerste. Hij voetbalde altijd met een bandage om zijn knie. 
Herman herkent mij. Ik schud hem de hand en loop dan naar de radioploeg. Uit wat de redacteur van het Hilversumse gezelschap zegt, begrijp ik dat ze al een kort onderhoud met Herman hebben gehad. Ik hoor dat ik daarbij even ter sprake ben gekomen. Een goede voetballer, had Herman gezegd. 

Quote

In de gelagkamer leunt de radioploeg tegen het biljart

Eerdere columns van Henny

  1. Stadse Fratsen: Buurjongen
    Column

    Stadse Fratsen: Buurjongen

    ,,Wordt-ie net zo goed als Ard en Keessie en gaat-ie later ook naar de Olympische Spelen?'' ,,Dat hopen we natuurlijk wel.'' De vraag wordt gesteld door een tante van mij, zittend aan onze tafel in de woonkamer. Het antwoord komt van de buurvrouw die iets verderop woont aan de weg tussen Baak en Steenderen en deze zondagmiddag ook op bezoek is. De buurvrouw staat in het gat van de deur en is op weg naar huis, maar blijft hangen nu er vragen worden gesteld over haar zoon. Ik - zo jong dat ik nog geen Olympische Spelen bewust heb meegemaakt - zit ook aan tafel en kijk van de tante naar mijn buurvrouw. Met open mond, want Ard en Keessie ken ik van de tv. De buurvrouw vertelt dat Cock, haar zoon, deze vrije zondagmiddag traint in Apeldoorn. Niet op een ijsbaan maar in een flatgebouw. Hij rent de trappen op en wandelt daarna weer kalmpjes naar beneden. Om maar net zulke schaatsspieren te krijgen als Ard en Keessie. Tien jaar later - in 1979, zo ontdekte ik deze week toen ik wat woorden combineerde op google - stap ik samen met een vriend op een zaterdagmorgen in de bus die vertrekt van een plek vlakbij het huis van Cock. De bus is gehuurd door de buurt. De chauffeur brengt ons van Steenderen naar Heerenveen waar het NK Schaatsen voor allrounders wordt gehouden. Cock rijdt rond op de onoverdekte baan van Thialf. We staan laag in een bocht en klappen hard in onze handen als hij voorbij komt. Hij eindigt na twee dagen schaatsen als zestiende. Zo goed als Ard en Keessie is onze buurjongen nooit geworden. Hij heeft de Olympische Spelen ook nimmer gehaald. Maar hij is, denk ik, wel de enige die ik ooit heb gekend die ervan heeft mogen dromen.

In samenwerking met indebuurt Doetinchem

Achterhoek