Volledig scherm
PREMIUM
Scène uit de Zuid-Koreaanse speelfilm ‘Parasite’. © PR

Na ‘Parasite’ vind ik het te makkelijk om de zwerver in Arnhem geen geld te geven

Column Remco KockHappig was ik niet om met mijn vriendin naar ‘Parasite’ te gaan, een met goede recensies overladen Zuid-Koreaanse arthousefilm. Liever zag ik iets Amerikaans. Daarin spelen acteurs en actrices die ik al ken. Vertrouwde gezichten. Een warm bad.

Zo’n Zuid-Koreaanse film is gevuld met volslagen onbekende koppen. Parasite was als een feestje bezoeken waar ik niemand ken en niemand kan verstaan. Een ijskoud bad. Gezond, schijnt. Bij alles wat gezond is, moet je altijd eerst ergens doorheen. Maar ik had geen zin ergens doorheen te moeten.

Engels versta ik, Zuid-Koreaans niet. Mijn ervaring met in hun eigen taal tegen elkaar sprekende Aziaten: het voelt alsof ze versneld worden afgespoeld. Niet bij te houden. Natuurlijk: er is ondertiteling en alles beter dan nasynchronisatie. Dat zou belachelijk zijn, alsof de geest van Frank Lammers plots in een Zuid-Koreaan schuilt.

In samenwerking met indebuurt Arnhem

Arnhem e.o.