Volledig scherm
PREMIUM
Burgemeester Ahmed Marcouch van Arnhem is te gast bij het televisieprogramma Pauw. © still

We zijn geen Waterloo, dat zonder ‘De Slag bij…’ een zwart gat in de geschiedenis zou wezen

columnEventjes zuchten moest ik toen Ahmed Marcouch in mei de Arnhemse kandidatuur voor de organisatie van het Eurovisiesongfestival op tv toelichtte. In de talkshow van Jeroen Pauw vertelde onze burgemeester dat het Eurovisiesongfestival naar Arnhem moest komen vanwege… de oorlog.

Remco Kock

Columnist Remco Kock schrijft verhalen over Arnhem voor De Gelderlander. Hij schreef de boeken O-o-o-oranje, Een Arnhemmer is niet voor Ajax en De Rijn, de fles, Arnhemse meisjes en Vites. Kock is ook postbode in Arnhem.
Klik voor eerdere columns

Natuurlijk formuleerde Marcouch, ingefluisterd door spindokters, het sprankelender. Arnhem viert in september 75 jaar vrijheid, in het jubileumjaar kon het Eurovisiesongfestival mooi de klap op de vuurpijl zijn. 

Ik vond de gelegde link een tikkeltje gezocht. Alsof je tijdens een sollicitatiegesprek op de vraag ‘Waarom moet jij onze data-analist worden?’ antwoordt: ,,Anderen hebben een beter cv, maar in de tuin van mijn opa is tijdens de oorlog een geallieerde parachutist geland.”

In mijn jeugd werden opa’s en oma’s tijdens kerstdiners nog de mond gesnoerd. ,,Pa, dat verhaal van die gestolen fiets kennen we nu wel. En ja, we likken ons bord straks schoon omdat jij vroeger bloembollen hebt gegeten. Pas trouwens een beetje op je woorden met de kinderen erbij. Onze oosterburen heten Duitsers, geen moffen.”

Inmiddels is het tij gekeerd. Zij die de oorlog meemaakten zijn bijna uitgestorven, waardoor we bang zijn om de oorlog – en haar belangrijkste lessen – te vergeten. Natuurlijk moet je helden eren en de geschiedenis levend houden, omdat deze van onschatbare waarde is voor de toekomst, opdat de zwarte bladzijdes zich niet herhalen. 

In Arnhem is de vergeetangst groter dan elders. Jaarlijks wordt de operatie Market Garden intenser herdacht, na Koningsdag brengt het evenement Arnhemmers het dichtst bij elkaar. Om het heden erbij te betrekken, is er tijdens de herdenkingen ook aandacht voor actuele problemen (oorlogsvluchtelingen), hoewel er mensen zijn die de actuele problemen (oorlogsvluchtelingen) niet als de onzen beschouwen.

Gelukkig dachten de Amerikanen 75 jaar geleden niet net als deze mensen. De Duitsers die hier ooit onuitgenodigd kwamen binnenvallen, zijn nu een belangrijke toeristische doelgroep, gelokt met de wandaden van hun voorouders.

De Slag om Arnhem is verworden tot een toeristische trekpleister. Toch: hoe vaak moet je als stad de oorlog als troefkaart op tafel leggen? In hoeverre kun je de oorlog tot speerpunt maken van je citymarketing, gebruiken om bezoekersaantallen verder op te krikken? Wanneer, kortom, misbruik je de geschiedenis? Wanneer transformeert de kunst van het herdenken in kitsch?

Antwoorden heb ik niet, wel een gevoel dat als mijn persoonlijke kompas dient. Misschien ben ik gewoon te jong, toch voelde het een beetje ongemakkelijk toen de gebeurtenissen van 75 jaar geleden genoemd werden als de maïzena van het prachtige samenwerkingsverband tussen Burgers’ Zoo, het Openluchtmuseum en Vitesse.

Weer de oorlog. Ik ben trots op Arnhem om vele redenen, maar niet omdat er in mijn stad ooit drama’s zijn gebeurd waar ik zelf niet bij was. De oorlog hoort bij onze geschiedenis en moet niet onder het tapijt geveegd worden, maar hoeft ook niet als rode loper te dienen.

We zijn geen Waterloo, dat zonder ‘De Slag bij…’ een zwart gat in de geschiedenis zou wezen. Laten we oppassen dat we van de oorlog niet onze identiteit maken. Arnhem moet niet de Sylvana Simons onder de steden worden en van de geschiedenis haar toekomst maken.

In samenwerking met indebuurt Arnhem

Arnhem e.o.