Volledig scherm
De eerste vrije Gelderlander wordt verspreid. © Regionaal Archief Nijmegen

Dagboeken uit frontstad Nijmegen: ‘Mijn haren zitten vol stof en kalk. Wat een leven!’

Ooggetuige van de oorlogDe week begint tamelijk rustig. Aanvankelijk is er nog hoop dat de strijd bij Arnhem goed zal aflopen. Met de komst in Nijmegen van de Britse militairen uit Oosterbeek is duidelijk dat dit niet zal gebeuren. Dagelijks bestoken Duitse vliegtuigen en granaten de stad. Inwoners gaan op de vlucht of verblijven in de kelders.

De Nijmeegse historicus Joost Rosendaal bestudeerde tientallen dagboeken van gewone Nijmegenaren die zij bijhielden in de periode dat Nijmegen frontstad was (september ’44 - mei ’45). In een wekelijkse serie (tussen 16 en 22 september dagelijks) herbeleven we deze dramatische oorlogsmaanden, precies 75 jaar later. Lees hier de andere verhalen.

22 september. 

Bloemist Derk Beerens (22) uit de Van Broeckhuysenstraat helpt op het Mariënburgplein:

‘Plotseling werden we opgeschrikt door een geweldige knal. Het bleek dat een amfibieboot en twee kleine tanks in de lucht waren gevlogen. Het lawaai was de gehele morgen en een groot gedeelte van de namiddag niet van de lucht, want er bleek een ontzettende hoeveelheid munitie in deze voertuigen te zitten. Ook stichtten deze dingen brand in de omgeving o.a. in de Nederlandse Bank en in het kantoor van de Nederlanden en de daarbij staande woonhuizen. Nadat ‘s middags de munitie uitgebrand was kwam de brandweer om het te blussen. Dit was de eerste keer sinds de bevrijding dat wij deze luidjes zagen. Het was echter van korte duur, want op een afstand viel een granaat neer.

De heren nemen de benen. ’s Avonds om zeven uur zijn wij weer begonnen met het blussen. Wij kregen een straaltje van ongeveer 1 meter met slangen die over een afstand van meer dan 100 meter vervoerd moesten worden, allemaal over binnenplaatsjes, tuintjes enz. Vandaar naar het dak van het belendende perceel, ongeveer 12 à 15 meter hoog. Wij moesten blussen tot ‘s morgens vijf uur.’

Journalist Jan Zwetsloot (59) uit de Reestraat:

‘Vandaag het eerste nummer van ‘De Gelderlander’ verschenen. Voor ’t eerst weer een vrije krant! Stormloop om het eerst nummer. Het blaadje ziet er fris uit. Weer horen we van allerlei gruweldaden van Duitsers, Hitler-Jugend enz. Ontzettend is de haat! Er worden volksgerichten voltrokken: vrouwen en meisjes kaal geknipt, mannen mishandeld.’

28 september

Pater Leo Kerssemakers (42) van de Groenestraatkerk:

Volledig scherm
Het verwoeste gebouw van verzekeringsmaatschappij De Nederlanden aan het Mariënburgplein. © Regionaal Archief Nijmegen

‘’Vanmorgen 6.30 u. is er waarschijnlijk ergens een bom gevallen. Een Duits vliegtuig deed den heksenketel weer losbarsten. Als men dan juist op een zekere plaats [de WC] zit, is de situatie niet erg aangenaam. Het scheren moet er bij overschieten. De lucht blijft vol vliegtuigen. Toch geeft het geen veilig gevoel; zo’n venijnig Duits ding schiet er zo even tussen en gooit ergens lukraak wat neer. Die het treft is er maar mee gefopt.

9.30 Met mijn gezicht vol zeep moet ik de overloop op vluchten. 1 Dode Dobbelmanweg, twee Wezenlaan.

10.00 Opnieuw bominslag. Nu Hertstraat. Ook hier een paar doden. Het wordt ons toch te warm. We moeten noodgedwongen ons verblijf wel weer opslaan in de kelder. Voor hoelang zal dat nog zijn? Buiten is het prachtig weer en wij zitten in de kelder.

12.30 We zitten rustig te eten in de voorkamer…. Krijgen zelf een voltreffer. Het stof vliegt rond, het rammelt, rinkelt en kraakt. Wat gebeurt er?? Vlug weg!! Gelukkig heeft er niemand enig letsel. Mijn haren zitten vol stof en kalk. Wat een leven. Blijft het hierbij?’

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.

In samenwerking met indebuurt Nijmegen

Nijmegen e.o.