Volledig scherm
PREMIUM
Ellen Willems met haar Zwitserse herder Mick. © Jan Ruland van den Brink

Eén grote moestuin voor de stadsboerin en recensent Ellen Willems

vrijdag interviewEllen Willems (44) wordt stadsboerin. Op een lap grond van 1,5 hectare bij de voormalige gevangenis De Kruisberg in Doetinchem gaat Willems - vooral bekend als recensent van restaurants - een moestuin van formaat beginnen. Dit met als doel de natuur dichter bij de mens brengen. Want zelfs in de Achterhoek is dat nodig. 

Waar komt de passie voor voedsel vandaan?
,,Ik ben opgegroeid in een nieuwbouwwijk in Ommen. Allemaal buren met bloemperkjes om ons heen. Maar vader had bonenstaken in de tuin achter het huis en hield kippen. Hij was een natuurliefhebber. Je eigen eten produceren heb ik van hem. Een moestuin heb ik altijd leuk gevonden. Je stopt een zaadje in de grond en er groeit wat uit. Geweldig.’’

En koken?
,,De processen fascineren me. Wecken, fermenteren. Een witte kool in een pot met zout plaatsen en zo zuurkool maken. Gaat - van zaadje tot bord - één jaar over heen. Of mispels op gin en wodka zetten en zo je eigen borrel destilleren. Wat gebeurt er als je smaken samenvoegt? De techniek van het koken boeit me.’’

Van journalist die nieuwsverhalen schreef ben je recensent van restaurants geworden. Hoe ging dat?
,,De Gelderlander probeerde in 2014 alternatieve wegen in te slaan om naast het brengen van nieuws ook op een andere manier te ondernemen. Hieruit ontstond het concept 'Lekker’ en ik ging dat doen. Ik organiseerde evenementen met eten en wijnen en ging er boeken over schrijven. Later is het weer teruggebracht tot journalistiek werk: ik eet nu wekelijks een of twee keer met iemand - geen deskundige - in een restaurant en schrijf er reportages of recensies over.’’

Heb je genoeg verstand van koken om recensies te kunnen schrijven?
,,Dat vroegen zelfs collega's in het begin aan me. Ik moest bewijzen dat ik er wat van wist. Ik praat veel met koks, om van hun te leren. Volg ook workshops. Hier, bij de Stadsboerin op De Kruisberg,  wordt straks ook gekookt. Dan worden we zelf gerecenseerd.”

Quote

Maar soms is het eten gewoon niet goed. Dan moet ik dat schrijven, anders word ik niet serieus genomen.

Je hebt een grote verantwoordelijkheid als recensent want je kunt een restaurant maken en breken.
,,Ik wil geen zure recensent zijn. Onvoldoendes geven is makkelijk. Ik laat me graag tippen: wat is een boeiend, nieuw restaurant? Maar soms is het eten gewoon niet goed. Dan moet ik dat schrijven, anders word ik niet serieus genomen. Soms praat ik er dan nog een keer met iemand over, of ga nog een tweede keer. Het komt voor dat restauranteigenaren heel boos worden. Maar ook dat ze zeggen: je hebt gelijk, het was niet goed die dag.’’

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.
  1. Stadse Fratsen: Scoren na de Z van Zorro
    PREMIUM
    Column

    Stadse Fratsen: Scoren na de Z van Zorro

    Kom ik er net achter dat ik iemand ken - de naamgever van een broodjeszaak in de binnenstad - die is gepasseerd door Johan Cruijff. Het is de dag nadat Ajax in Doetinchem kampioen is geworden. Ik weet dat de roots van de man in Amsterdam liggen en vraag hoe hij het heeft beleefd. Het antwoord in sappig Mokums luidt dat het hem niet veel doet: ,,Ik speelde als amateur altijd tégen Ajax.” Zelf voetbalde ik ooit tegen - ‘Knakkie’ - Dick Schneider. De oud-international van Feyenoord was in zijn nadagen bij Zutphen in de onderbond beland en regeerde daar als een vorst. We speelden thuis in Baak en er was wat extra volk op afgekomen. Zo vaak zagen we bij ons in het dorp immers geen international. En zeker niet op het voetbalveld. De hele wedstrijd deed Schneider niets bijzonders, behalve dan dat hij als libero alles potdicht hield. Omdat ik ook verdediger was, kwam ik niet bij hem in de buurt. Wel vielen mij van een afstandje zijn kolossale bovenbenen op. De enige keer dat Knakkie naar voren kwam, was toen Zutphen na rust een strafschop kreeg. Vanaf elf meter schoot hij, halfhoog, onberispelijk in. Het was het enige doelpunt in de wedstrijd. De naamgever van de broodjeszaak zegt voor de keus te hebben gestaan: doelman worden achter Jan Jongbloed bij DWS (die andere Amsterdamse profclub) of bij zijn amateurclub blijven, met een bestaan als bakker in het vooruitzicht. Hij koos voor het laatste. Maar speelde met zijn amateurclub op het bijveld van stadion De Meer wel soms een oefenwedstrijd tegen Ajax. Ik vraag hem of hij zich het doelpunt herinnert dat Cruijff tegen hem scoorde. Hij maakt - net als vroeger de tv-held Zorro - een Z in de lucht. ,,Ineens stond-ie voor me”, zegt hij. Met een boog vloog de bal over zijn hoofd in het doel.

In samenwerking met indebuurt Doetinchem

Achterhoek