Stadse Fratsen

  1. Stadse Fratsen: Over de tong in 1829
    PREMIUM
    column

    Stadse Fratsen: Over de tong in 1829

    Het kan niet anders of Jacobus Haggeman - mijn betovergrootvader - is tijdens de Kerstdagen van 1829 flink over de tong gegaan bij diverse familiebezoeken in Baak, Steenderen en omstreken. Dat concludeer ik uit een mail van twee mannen van de Historische Vereniging Steenderen. Het duo had voor een artikel in de krant een lokale kwestie uitgezocht. Ondertussen doken ze, aangemoedigd door mij, in mijn stamboom. De mail dateert alweer van 19 mei van dit jaar. Ik heb het bericht even terzijde gelegd. Iets weerhield me om deze familiewas direct buiten te hangen. Ik kom er nu toch op omdat ik af en toe een vrouw groet als ze voorbij fietst in de stad. We hebben dezelfde roots en kennen elkaar van vroeger. Veertig jaar geleden ging ze over onze tongen, na een plotse bevalling die niemand - volgens mij zelfs haar familie niet - had zien aankomen. Na de eerste schok hernam het leven in ons dorp snel weer zijn gewone gang. Of dat na 20 december 1829 ook is gebeurd, weet ik niet. Die dag bevalt Berndien te Brinke, ook bekend als de weduwe Kraaijvanger. Opmerkelijk omdat ze tien maanden daarvoor haar 24 jaar oudere echtgenoot heeft begraven. Mijn betovergrootvader is in 1829 de knecht van weduwe Berendsen, die woont op een steenworp afstand van de Kraaijvangers in de Rozenstraat. Eén maand is voor Jacobus (28) genoeg om kennis te krijgen aan de zeven jaar oudere buurvrouw. Ze kenden elkaar vast langer. Uit het relaas van de mannen van de Historische Vereniging Steenderen maak ik op dat Jacobus geen flierefluiter is. Hij accepteert het onwettige kind en trouwt twee weken na de bevalling met Berndien. Daarna verwekt Jacobus nog drie kinderen bij haar. De jongste is de vader van mijn opa. Hem heb ik veel horen vertellen. Maar niet dit verhaal.
  1. Stadse Fratsen: Op leven en dood
    PREMIUM
    column

    Stadse Fratsen: Op leven en dood

    Vanwege een metershoge heg is het vanaf de straat niet te zien maar er is hier in de tuin sinds een dag of wat een gevecht gaande op leven en dood. Mijn schoonvader - die bij ons intrekt - heeft de strijd aangebonden met de bamboestruik. Het gewas liet zich boven de grond gewillig kortwieken. Maar daaronder woekert de inheemse lastpost voort om een eindje verder weer aan de oppervlakte te komen. Onze buurvrouw keek wat verschrikt toen ze schoonvader hoorde grommen dat de laatste dagen van de struik waren geteld. ,,Ik vond het altijd wel een mooie plant”, zei ze. Mijn schoonvader heeft dat waarschijnlijk niet gehoord. Volgens hem is er maar één goede bamboestruik: ,,In een teil. Dan kan-ie niet met de wortels de tuin door.” Het is niet exact aan te geven waar de wil om de bamboe te killen bij mijn schoonvader vandaan komt. Misschien heeft onze tuinman er iets mee te maken. Die maakte afgelopen weekeinde indruk door het opkomende gras tussen de stenen van de oprit niet op de knieën te lijf te gaan maar staand met een bosmaaier. Terwijl schoonvader de knielappen al voor had gebonden. Elk moment wilde hij ertussen springen maar tot zijn spijt bleek dat niet nodig. In een onbewaakt moment heb ik een foto gemaakt van mijn schoonvader en wat rest van de struik. Vooral het rondom liggende wapentuig vond ik indrukwekkend. Er lag een beitel, een breekijzer, een elektrische zaag, een handstoffer, een takkenschaar, een hakbijl en een troffel. Ondertussen bleef de struik zich hevig verweren vanuit de grond. Halverwege de dag ben ik nog naar de bouwmarkt gestuurd voor nieuwe zaagjes. Mijn rol is klein in dit gevecht. Vandaag komt de tuinman opnieuw. Iets zegt mij dat de bamboe er dan met wortel en al uit is.