Volledig scherm
© Gezienus Bruining

Enschede maakt miljoenen winst in 2018: ‘Dat geld is al uitgegeven’

ENSCHEDE - Geen ronkende berichten of knallende kurken in het stadhuis van Enschede. De gemeente sluit het begrotingsjaar 2018 op papier weliswaar af met een ‘winst’ van 16,6 miljoen euro, maar moet in de praktijk alle zeilen bijzetten.

De zwarte cijfers worden vooral bepaald door eenmalige meevallers, waaronder de riante uitkering van 13,3 miljoen uit het Fonds Tekortgemeenten. Andersom geredeneerd had het jaarresultaat dus ook veel slechter kunnen zijn.

Zorgtekorten

Het is het inmiddels welbekende verhaal van Enschede: zo goed als het gaat met de economie, werkgelegenheid en verkoop van kavels, zo moeizaam gaat het in het sociale domein. Al jaren moet de stad bijpassen op de naar eigen zeggen te lage rijksbijdragen voor de (jeugd)zorg en bijstandsuitkeringen.

Tal van gemeenten kregen eind vorig jaar een eenmalige compensatie voor die tekorten. Dat leverde Enschede dus 13,3 miljoen euro op. „Maar het gaat hier wel om geld dat we al extra hebben uitgegeven aan bijvoorbeeld jeugdzorg”, benadrukt wethouder Financiën Eelco Eerenberg.

De onvoorziene meevallers en tegenvallers tegen elkaar weggestreept, zou het jaarresultaat over 2018 zelfs in de rode cijfers zijn geëindigd als er vorige zomer niet zeventig ‘snelle’ bezuinigingen van samen 4,2 miljoen euro waren doorgevoerd. 

Donkere wolken

De wethouder heeft het over donkere wolken die nog boven de gemeente hangen. Binnen enkele weken worden de halfjaarcijfers bekend gemaakt. Die zijn naar alle waarschijnlijkheid niet rooskleurig. „We moeten elk jaar weer de discussie voeren over tekorten in de zorg en hoe we daar mee omgaan. Daar zou ik wel een keer een punt achter willen zetten”, aldus Eerenberg. 

Hij wijt een groot deel van de zorgen aan de verdeelmodellen van het rijk. „Het is niet meer te verkopen met het landelijke beeld. Minister Wopke Hoekstra presenteert geweldige cijfers en krijgt het geld letterlijk niet uitgegeven. Maar gemeenten als wij krijgen steeds minder.”