Volledig scherm
Beide groothandels zijn gerespecteerde bedrijven in de vijverwereld. Al tientallen jaren actief, met de verkoop van alles wat nodig is voor een vijver. Zoals bestrijdingsmiddelen die algen tegengaan © Waterschap De Dommel

Enschedese groothandel geeft toe aan eis concurrent

ALMELO/ENSCHEDE - De Enschedese groothandel in vijverbenodigdheden Velda ligt onder vuur van concurrent Aquadistri uit het Brabantse Klundert. Aquadistri zegt schade geleden te hebben, doordat Velda algenbestrijdingsmiddelen verkocht die niet zijn toegestaan. Woensdag werd de vrede getekend in de rechtbank in Almelo. 

Beide groothandels zijn gerespecteerde bedrijven in de vijverwereld. Al tientallen jaren actief, met de verkoop van alles wat nodig is voor een vijver. Zoals bestrijdingsmiddelen die algen tegengaan. En dat laatste is waar Velda en Aquadistri het met elkaar over aan de stok hebben.

Velda heeft namelijk tot april 2019 algenbestrijdingsmiddelen verkocht, die volgens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden sinds 1 oktober 2018 niet meer verkocht mochten worden. 

Teruggeroepen

Na tussenkomst van de voedsel- en warenautoriteit NVWA is Velda daarmee gestopt en heeft de verkochte producten teruggeroepen van klanten. Maar vervolgens kwam ook concurrent Aquadistri om de hoek kijken. Die claimt dat het schade heeft geleden, doordat Velda middelen verkocht die niet zijn toegestaan, terwijl zijzelf middelen aanbiedt die wel onder de biocidenwet vallen. 

Aquadistri eiste daarom  in een kort geding een onmiddellijke terugroepactie, rectificatie op de website van Velda en een schadevergoeding. Voor dat laatste heeft de Brabantse vijvergroothandel beslag laten leggen op de gehele administratie van hun Enschedese concurrent. 

Bedrijfsgeheimen

Inclusief bedrijfsgeheimen, zegt Velda, die op haar beurt eist dat het beslag wordt opgeheven. Hun concurrent heeft nu namelijk inzicht in vrijwel de gehele bedrijfsvoering. Winst, opdrachten en klanten, voorraden.   

Na een eerdere tussenkomst van de rechter, in mei, is geprobeerd om er onderling uit te komen. Daar hadden beide partijen belang bij, omdat de zomerperiode dé periode is voor de verkoop van de bestrijdingsmiddelen. Daar konden ze zich beter op focussen dan op een juridische strijd.

Maar tot een oplossing kwam het niet. Daarom stonden ze gistermiddag opnieuw voor de kortgedingrechter in Almelo en is de voorbereiding voor een bodemprocedure, die in december begint, in gang gezet. Na tussenkomst van de rechter zijn de partijen gistermiddag achter gesloten deuren in de rechtbank alsnog het gesprek met elkaar aangegaan. 

Risico

„U kunt mekaar nog tijden bezig houden, dit is nog maar een kort geding. De bodemzaak wordt nog een heel kunststukje in het recht. Want u moet aantonen dat u schade heeft geleden”, hield hij bestuurder Robert Jan van den Enden van Aquadistri voor. „Dat is wel een risico en kost veel geld. Ik wil dat u hier met elkaar praat en nadenkt over de bodemzaak. En die mogelijk ook de nek omdraait. Dit doet geen recht aan twee volwassen ondernemers die opereren in een markt met een moeilijk wettelijk kader.”

Na een gesprek achter gesloten deuren waren de partijen eruit. „We zijn weer vrienden”, zei commercieel directeur Bram Rijneveld van Velda. Het Enschedese bedrijf betaalt een vergoeding van 10.000 euro aan Aquadistri en stopt met verkoop van het gewraakte bestrijdingsmiddel in België. 

Beslag opgeheven

Ook daar wordt het middel teruggeroepen van klanten. Daarnaast verklaart Velda geen producten meer op de markt aan te bieden die niet voldoen aan de biocidenverordening. Het beslag op de administratie van Velda wordt opgeheven. Daarmee zijn alle zaken afgedaan en is ook de bodemprocedure van de baan.