Volledig scherm
PREMIUM
,,Ik ben zo ontzettend klaar met ziekenhuizen. Ik wil reizen. Naar Polynesië, naar Tonga”, zei Falco. © Getty Images

Falco was mijn koning van Tonga, maar mijn koning gaf mij niks meer

Kerst 2019Speciaal voor 'De Gelderlander' schreef columnist en auteur Annemarie Haverkamp een kerstverhaal. ,,Met kerst ga ik naar Tonga, weet je nog? Ik kan helemaal niet dood.’’

Quote

Moest ik straks met zijn ouders overleggen welke kist hem het beste stond? Ik had die mensen nog nooit ontmoet

Ik was 18 en vond mezelf te jong om weduwe te worden. ,,Ik maak het uit", zei ik dus maar toen ik me had aangekleed. Die nacht had ik naast hem wakker gelegen. Falco was zijn veters aan het strikken. Hij kwam omhoog en keek me aan met zijn lichte ogen zonder wimpers. ,,Waarom dat nou weer?”

,,Ik geloof niet dat ik het kan. Dit alles. Met jou. Ik heb nog nooit iets ergs meegemaakt." Moest ik straks met zijn ouders overleggen welke kist hem het beste stond? Ik had die mensen nog nooit ontmoet. Waarschijnlijk wisten ze niet eens dat hun zoon een vriendin had.

De rest van mijn bestaan zou ik moeten leven met het besef dat in het eerste jaar van mijn studie mijn 'man' was overleden. Dat trok ik niet. Ik moest met zo veel dingen nog beginnen.

Falco boog voorover en knoopte zijn andere schoen dicht. Hij mompelde iets, liep naar zijn stereotoren en zette Pink Floyd op. Altijd Pink Floyd. Hij klom uit het raam, verschoof de speaker in de vensterbank zodat de muziek naar buiten kon waaien en ging languit op het grasveld liggen.

‘Wie ben je, Falco?’

Quote

Zijn ene bal was hard als een knikker. Dat betekende dat de ziekte terug was. Ik voelde het

Ik aaide over de fluwelen armleuning van de slaapbank en keek naar de foto op het prikbord. Falco met haar. Bakkebaarden en een kuif. Zo had ik hem nooit gekend, het leek een broer of een neef van de kale jongen met wie ik net nog in bed lag.

Falco bewoog niet. Hij lag op het gras alsof hij zo uit de lucht was gevallen. Ik trok me op aan het kozijn. ,,Sorry", zei ik toen ik naast hem was gaan liggen.

,,Geeft niet", antwoordde hij na een tijdje. ,,Ik snap het wel. Je kent me niet eens.”
,,Nee. Wie ben je, Falco?” Hij draaide zijn mooie hoofd opzij. 
,,Ik ben die jongen die niet doodgaat.”
,,O?”
,,Met kerst ga ik naar Tonga, weet je nog? Ik kan helemaal niet dood.”
,,Dan hoef ik het ook niet uit te maken.”
,,Heb je al gedaan. Kom me maar gewoon opzoeken in het ziekenhuis als niet-vriendin.”
,,Oké.”

Het probleem was opgelost en ik voelde me meteen lichter. Via de deur huppelde ik het studentencomplex binnen en pakte twee biertjes van zijn huisgenoot uit de koelkast. Falco maakte ze open met zijn aansteker. Ik vroeg of zijn ouders het al wisten. ,,Nee.”

Gistermiddag had hij mijn hand gepakt. Of ik het voelde, vroeg hij. Zijn ene bal was hard als een knikker. Dat was niet goed, dat betekende dat de ziekte terug was. Ik voelde het.

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.